Skip to main content
Internet Archive's 25th Anniversary Logo

Full text of "Lucifer"

See other formats



















- 



V 



I) 























H- 










• 



















' 







=t 






I 





- 









I 



4 



I 




I 






1 











J. V. VONDELS 



u c 






R. 



TREURSPEL. 



PR.ECIPITEMQUE IMMANI TURBINE ADEGIT. 









|E LCK 1YK B E U RT.| 



t 






t' A M S T F ■ K D A M , 

VoorABRAHAM DF. Wees, Boeckverkooper op den Mid 
dcldam, in'tNieuwcTeftameiu j in'tjaer 1654. 














Den onvervinnelijckften 

VORST en HEERE, 

Den Hecre 

* 

FERDINANDUS 



D 



N 



D E R 



N 



C E K O R F N 



ROOMSCHEN KEIZER, 



Altijt Verraeerdcr des Rijcks. 

Elijck de Goddelijcke Maje- 
fteit in een onoenaeckbacr 

lichtgezeten isizoozitoock 
dc weereltfche Mogcntheit, 
die haer licht uit God fchept, 
^^en dc Godthcit afbcelt, in 
harenglans verhecrlijckt : maergelijckde 
Godtheit , of liever opperfte Goetheit ; den 
allerminlten en ootmoedigen, met den toc- 
gangk tot haren troon , begenadight ; zoo 
gewaerdigt de tijdelijcke Mogcntheit oock 

* i den 




> 









den allerkleenften dat hy zich eerbiedigh 
voorharevoeten vernedere. Opdezc hoop 
verftout zich mijneZanggodin ; , van verre, 
aen uwe Keizerlijckc Majcfteit op teoffe- 
ren dit treurfpel van Lucifer, wiens ftijl vvel 
rijckelijck de dcftigheitcn ftatigheit ver> 
ci'icht ,waer van de Poeet fpreeckt : 

* 

mne genus fcriptigrdvitata Tragoediavincit; 

Hoe hoogh men drave in ftijl , en toon 3 
Het Trcurfpcljpint aliecn de kroon : 

Doch wataen de vcrcifchte hoogfidravent- 
heitdes ftijlsontbrccckt , datzal de too- 
neelftof, tire], en nacm, en doorluchtighcit 
des pcrfoons vergocden , die hicr , ten fpie- 
gcl vanallc ondanckbarc lhctzuchtigcn , 
z.ijn treurtooncehden hemcljbekleet; waet 

uit hy , die zich vcrmat aen Godts zijtfe tc 
zittcn,enGodegclijcktcworden ? verftoo- 

ten^enrechtvaerdighlijcktcrceuwigcdui' 
fternifleverdoemtwert. Opditrampzaligc 
voorbeclt van Lucifer , den Aertsengel , en 

ecrft heerlijkftcn boven alleEngelen,volg- 

den 



den federtjbykansalleeeuwen door,de\ve- 
deripannigegewcldenaers, vvaer van oude 
en jonge hiftorien getuigen , en toonen hoc 
gewclt , doortraptheit > en liftige aenflagen 
der ongercchtigen , met glimp en fchijn 
van wettighcit vermomt , ydel en krachte- 
Jooszijn, zoo Jang Godts Voorzicnigheit 
degeheilighdeMaghtenen Stammen hant- 
hacft , totruftcn veilighcitvan allerhande 
Statcn , die, zondcr cen wcttigh Opper- 
hooft, in geeneburgcrlijckcgemeeftfchap 
kunncn bcihen : vvaerom Godts Orakcl 
zclf ', den mcnfchclijcken gcilachtc ten 
beftc, dezcMogcnthcit, alszijneigc, in 
cenen adem , beveftight, gebiedende Gode 
en den Kcizer elck hun rccht tc geven. 
Chriftcnrijck doorgaens, gelijck cen fchfp 
in de wilde zee , aen allc kanten , en tegen- 
woordigh van Turck en Tarter, beftormt, 
en in noot van fchipbreucke , vercifchtten 
hoogltc dczcccndragtigc ccrbicdighcit tot 
het Kcizcrdoin , om den algemccnen erf- 

vyant des Chriltcn nacms tc ftuitcn , en den 

* 3 Rijks- 




i 



V 
















Rijksbodem en zijne grenzen , tegens den 
inbreuckderwoeftevokken, tcvciligen , 
en te ftercken ; waerom Godttcdancken 
is, dat het hem bcliefde't Gezagh en de 
Kroon dcsH.Roomfchen Rijcks, voor's 
Vadcrsoverlijden,opdcnjongftcnRijcks- 

rfcgh , in den Zone , FERDINAN- 
DUS den Vierden, tc verzekcrcn ; 
eenzcgcn,\vaeropzoovelevolckcn mocdt 

dra^cn , en de tooneeltrompct van onze 
NcderduitfcheZanggodinnete moediger , 
voor den troon van Hooghdlritfchlantj 
den overwonncn Lucifer , in Michaels tri- 
omfftaetfi > ommevoert. 



UWE KEIZE RLYCKE 

MAJESTEITS 



a(lcroetmoetii^hjhtlitn,ifr 

J.V.VONDEL, 



Opdc 

AFBEE LDIN GE 



van 



Keizerl ij ckc Majcftcit , 

FERDINANDUS 

DEN DERDEN; 

Tocn Joachimw S.wdrtrt vdnSttchn my, nit Wccncn in Oofknnjck, zijn 
Majcftritsafbeeldinge, methaerloofwcrckcncicradcn, vcreerdc. 

DEUS NOBIS H/F.C OTIA FECIT. 

I A E 7.on van Oojlenr'ijck verbeft haer /cboonejlralen , 

-*— ^ Uit 'fchadtoven van kuvjl , veel febooner in elx oogb , 
Vcw'jlze , in harm troon geflegen hcmelhoogh , 

Zich met ontziet zoo lacg op ons gexJcbf te dakn. 

Pedadc F E R D I N AND, gefchapen tot rtgeerert , 
Gchjrk ern fweede Align fl , en Vader run de pais , 
ZijyZoonat heirbaen v'ljflnarr't hemelfchepalais , 

Ew hert met wapentn van Vrcde triomfecvin. 

(j !t ii bet Rijck , gezegent zijn de volcken , 

Uaer zijn voorzienigheit genadigh V oogb op houdt, 
En ban deWeeghfchael wort van V hciligbRecht betrout. 
1 en .l,nit broght zijn zrraert enfeepter nit dc wolchen. 
I' en kroon vcrciert bet boo ft , te r heerf chappy gavyt : 
vtt Hooft verciert dc Kroon , enfebept em gulden tijt. 

B E- 

















BERE 




H T 



aen 



all 



KUNSTGENOOTEN, 

en Begunfligers der Toonccllpclcn. 

gg 3 * let wort u , om us: en kmft-yver sveder font fie ken , en 
■ uscngeejltcffenstejlicbten, en t ever quicken, bet bei- 
L-i- p.- itgi treiirtooneel ', dat den hevielafbeelt, opgejehoven. 
! I 'Ve grout e Aertsengelcn , Lucifer , en Michael, clck met 
- ' ^ bunne aenbangelrngen van ivederzijdegeflerckt , &///£» 
rfVjft. , ftoffeeren, en bunroUen Jpelen. Het tooneel endeperfo- 
riaedjen zijnzckerzoodantgb, en zoo beer lijck, datzeeenen beer- 
i ticker ftijLvereifchen , en hooger laerzen dan ick haer weet aen te tree- 
in: Kiemmt.die de fpraeck van donfeilbareorakelen desgoddclijcken 
GeeJisverJldeU zatoordeelendat ween gedicbtfet van Salmoneus 
bybrengen, die midden in Efts', op zijnenwagen en met ale brugb, 
Jttpfyi braveerende, en met een brandende jacket den blixemen donder 
nabootfende , van den donder gef/agen Wert : nocbte wy vemieiiwen 

bier ge .ngrijze fabel van den RettZenpijt , ondrsiens (chorffe de 
Toesr bare toehoordtrs reuckelooze verujaentbeit , en godtlooze 
kerckj'cbenderijcn zocht te vcrlecrcn . en natuurkennisin te boez,e- 
men; namelijck^ datlacbt , en -jjindcn, in den bollen bate ken bet 

zs-avelachtige ingewant der aerde bel'.oten , by wyten ademtogbt 

zoeck ride , metgewett vangeborftejleenrot [en , fmoock , enroock , en 

vlawmen, enaerdtbevingett, enfchrickelijckgeluit , uitberjien, en 

hemelhoogh opgeflegen, in bet nerrjhrtcn •, den^ront van lant en 

zee met a(J< be en jleenen beflulpen , en ophoopen . Onder de Trofeten 

verfekeren ops v and n afval des Aertsengels , en zijnen aenhang, 

I is ,en E zed. n! j by dt n Euangelift , Cbrifus , het allersjaerach' 

/. fie orakei* ens met eefif ft em rut den bemel bevolen te hooren; 

en endelyck Judas L haddens,zijn gclrowwe Apoflel ssjelc ker [preach " 

iVaerdigh zyn in et u wigh diamant , en waerdiger in onze hart en ge- 

prnit 



print te w of den. Izaias roept : O Lucifer, die vroegh opgingt, 
hoezijtgheter aerde geploft: die devolckenquetlle, inuwharte 
fpraeckt: Ick wilin denhemelftijgen , raijnen floelboven Godcs 
geflarnte verheflen , op den berghdes verbondts aen de noort- 
zijdezitten. Ick wil bovende hooge wolcken fteigeren, dcnAl- 
lerhooghften gelijck worden : maer ghy zulc ter helle toe , in 
den poel des afgronts, vernedert worden. Godt fprceckt door 
Ezechief aidus: Ghyzijteen uitgedrucktegelijckenis, vol wijs- 
heic, en volkomcn fchoon. Ghywaert, in deweelde van Godcs 
paradijs, bekleet met allerhandekoAelijcke fleenen, tardis , en 
topazen , en jafpis,en chrizoliten,en onix ,en beril , i.ificr , en kar- 
bonkel, en fmaragden : goucwas uw cieraec. Op den dagli uwer 
fcheppinge waren uwe fchalmeien vaerdigh. Ghy breide u uic , 
gelijck een befchaduwendc Cherubijn, en ickzette op Godcs 
bergh. Ghy wandelde midden onder de blakende fleenen. Ghy 
waert volfchapen in uwen credt, van den dage uwer fcheppinge 
aen . rot dat men u op boosheit betraptc. Bade deze fpreucken 
zijn, naer den letter lijcken zin, dan van den Honing van Babi- 
lon , d'andcr van denKontng van Trruste verflatn, die, by Lu- 
cifer , in bunne beerlijckbett en booghnwet , gelcken , beftraft m 
gedreigbt ivordcn. J f. s u s Cbn/lus ziet tnede op den vol van den 
vjeerfpanmgcn Lucifer, daer by zegbt : Ickzaghdcn Satan , ge- 
lijck eencn blixem , uit den hemel vallen : en Tbaddcusontvout den 
afval der Engeltn . en bun misdaet , en de ftraj daer op gevotgbt , 
zonder eenige bnviwpclnigc , behiopt op deze izujze : Doch hy heefc 
de Lngelen , die bunne nooghcir nier bewaerden , maer hun be- 
liuizinge verlieten , met eeuwige banden van duifternifle, tegens 
hec oordeel des grooren Godts bewaert. ll'y Jhuten dan met deze 
goude fprencken , en inzonderheit met 'Judas Tbaddeus , leer ling < 
ajgezant des betm l/t ben Leeraers,en Konmgs aller Koningcn, gelijck 
op eencn diamant in feh'tit , alle de pi) /en der ongeloovigen , diedeze- 
kerhettv*n der Ge, /ten afval zeuden durven in fxijfel tree ken. Be- 
balve dtt onder jlut ons ten ovcrvloet doorgaends d'eendragbtige en 
eer-ji'aerdigbjle aeloutbut der godtvruebtige Outvaderen , die in 
den gront dezer gefcbiedcmjje ovcreenjiemmen ; doch om de Kunjl- 

* * genooten 


























genooten niet op te houden , zullenwe ons met drie plaetfen genoegen ; 
^d' eer fie gctrockenuit den heiligen Cypriaen, Bijjcbopen Martelaer 
te Karthago , daer by fcbrijft : Hy > die te vore door een Engelfche 
Majefteit onderfteunt , Gode aengenaem en waert was , borft, 
toen hy den menfch nacr Godts beelc gefchapen zagh , door 
eenen boosaerdigen naeryvcr uic , hem door ingeven van dien 
naeryver niec eer ten val brengende, voordat hyzelf door dien 
naervvcr ter neergeflort lagh , gevangen eerhyving, bedorven 
was eer hy hem bedorf ^ cerwijl hy , van Nydigheit aengeprickelt , 
den menlche van de genade der fterfelijckheit , hem gefchonc- 
ken, beroofde, en zelf oockverloorhet gene hy te vore hadde. 
T)e groote Gregorius befielt cms de tweede fpreuck: Dees afvallige 
Engel , gefchapen om boven d'andre regementen der Engelen 
nit te blincken , is door zijn hoovaerdy zulx ter neder ^eftort , dat 
hy nu de heerfcluppije der ftantvaftige Engelen onderworpen 
blijft. Het derde en Ujtebewijsfcheppenwy uit de predikatien van 
den honighvloeienddi Bernardus : Schuwtde hoovaerdy: ick bid- 
de u fchuwtze toch. d'oirfprong van alle overrredinge is hoo- 
vaerdy , die Lucifer zelf, klaerder dan alle ftarren uitb inckende, 
met cen eeuwige duiflernifle heeft verdonckert. zy heeft niet 
ulleen eenen Engel , maer den opperften van alle Engelen in 
eenen Duivel verandert. c De Hoovaerdy en Nydigheit , twee oir- 
zaecken of aenjlokers van dez.cn afgrijffelijcken brant va?i twee- 
draght en oorloge h ebb en wy uitgedruckt, onder het gefpaiivan t 'JLee 
beftamde dieren, den Leeuw, in den T>racck, die voor Lucifers 

oorloghswagengejpannen , hem tegens Godt en CMichael aenvoeren $ 

aengezien deze diet en twee zinnebeclden van deze booftgebreken 

verftrecken : want de Leeuw , der dicren Koning , gemoed/gbt deer 

zijne krachten , acht uit verwaentheit niemant boven zich zelven : 

en de Nijdigheit quetft met hare tong den benijden van verre, gehjek 

de T)raeck , met het fehieten van zijn vergtft , zijnen vijant van 

verre quetft. Stnt Slugu(ltjn > deze twee booftgebreken Lucifer toe- 

eigenende } viae It ons den aert der zelve levendigh af, en zeit dat de 

If.'ovaerdy isemlicfde tot zijn eige groot shcit \ maer de Nijdigheit 

een hactjter van een andersgeluck : waer uit k/aer genoegh blijckt wat 

hier 



hter uit geboren wort : want een iegelijck , zeit hy , die zijn eige 
grootsheit bemtnt , benyt zijfisge/jckeu , naerdienze met bemgelijck- 
Jlaen ; ofbenijt zijnen minder , op dat di-j hem niet ^elijck werde ; of 
diegrooter zijn dan hy , om datze boven hemfiaen. Nu dewijtde die- 
Ten zelf van verdoemdc Gceften misbruickt en bezeten worden , ge- 
lijck in den aenvang de c Paradijs/lang , en in de heileeuwe de zwijns- 
hidden , die met een groot ^edruis mzee/lortten j en dewijl de ge- 
flarnten aen den hcmelzeljs by dierev afgetekent , oock. by de Profeten 
gedacht worden igelijck de Pleiades ofZevenftar^en Arc7urus,Orion, 
en Lucifer , zoogelievehet u de weeligheit en /eerzaemheit der too- 
nee Ipoezijet ever geven , dat de rampzalige Geefienzich op ons too- 
nee 'I bier rnede wapenen , en verwecren : want den helfchcngedrogh- 
ten niets eigenerisdan ilimmetreken , en het misbruick der febepfe- 
len en element en, tot afureuck vand'eereenden naem des i_Aller- 
hooghften , zoo verre hy dit gcbengt. Sintjan , in zijne Openbaringe , 
beelt de hemelfcbe geheimemffen , en den flrijt in den hemel, door dm 
Tiraeck uit, wiens ftaertnaf/eepte bet derde dec I der flarnn, by de 
Godtgeleerden op d' afvallige Engelen geduit^waerom ?>ienm Poczye 
de gebloemde wijze vanfpreken niet alte neuswijs behoort te ziftev , 
nochte naer de fcherpzinnigheit der fchoollejfen te regclen. Oock 
moeten wy onder fchei den de tweederbande perfonaedjen , die dit too- 
nccl betreden , namelijck quaetwiltige engoede Engelen , die een ieder 
bun eige rol fpeelen 5 geltjck Cicero en de voeghelijckheit zelf ons 
elcke perfonacdje , naer beurenftaet en aert , leer en uitbeeldcn. On- 
der tujfchen ontkennen wy geenjins dat heilige Jlof den tooneeldich- 
ternauwer verbint , en mtoomt danweereltfchc hiflorien, of Hei- 
denfche vcrzierfels ; onaengezicn d'oude en befaemde h ant v eft der 
Poezije , by Horatuis Flakkus , in zijne < Dichtkim(lc i met deze vatr- 
zen uitgedruckt : 

De Schilder en Pocet ontfingen beide een maght 
Van alles te beflaen vvat elck zich dienfligh acht. 
*Doch hier dicnt inzondcrbcit aengctekent hoe wy , om den naeryver 
der hoogbmoedige ennijdigeGeeflente bef tiger t'ontfteken , den En- 
gelen de gebeimenis van het toekomende menfehworden des JVoorts , 
door den AertsengelGabriel, Gezant enGeheimenistolck der GoJt- 



* - 



heit , 







J 














beit , eenighzins ontdecken 5 hier in [onder verbeteringe] volgen- 
de, niet bet gevoelendermeeflen^ maer zommiger Godtgeleerden^ 
naerdien dit ons trcitrtafereel rtjeker flof 'en luijler byzet -, zonder 
dat wy evenvjel , in dit punt , noch in andere omflandigbeden van 
oirzaken , tijt , plaetfe , en vjijze [vjaer van vjy ons dienden 3 om dit 
Trcnrfpel kracbtiger , heerlijcker , gevoegbelijcker en leerzamer nit 
te voeren • ] de rechtz :,.uige v,'aerhtit'opztttc!ijck willen in het licht 
flaen-, of iet , naer o?;s eige vonden , en goetduuebn , vajl flelten. 
Sin tTau s:els . Godts gebeimenisfchrij vt r a en de Hebrcen , verbeft 
z?lf, benydensnacrdigbgenoegb , tot afire tick van het Rijckder lo- 
gene?i en verleidende Gcejfen , de hcerlijckheit magbt en Godtheit 
van bet jnenfchge-Jiorden lloort , door zijn uitflckentheit boven alle 
Engelen , in naem , in zoonfehap , en erf genaem (chap , in het aenbid- 
dtn der Engelen , in zijnc zalvinge , in zijne verbefjinge aen Godts 
recbtehant, in de eewjjigheit zijncr heerjehappije > a/seen Koning 
over de toekomende vseerclt , en deoirzaecken bet einde aller din- 
gen , en ecngekroont Hooft der menfehen en Engelen, zijne aenbid- 
ders , Godts boden , en geejten , gezonden ten dienft der menfehen , 
erfgenamen der zaligbeit , vjelcker natunr Godts Zoon , de Engelen 
voorbygaende , in het bloet van ^Abraham arnneemt . B rgelegenheit 
van dezeonfchult achtf ick niet ongerijmt bier ter loop iet aen te roe- 
ren tot onfebutt van tooncel en tooneeldtchteren, die Bijbclfof voor- 
fiellen , naerdienze by r jjijlen opfpraeck ondermorpen zijn ;gelijck trou- 
vjen 's menfehen zinnelijckJoeit verfcheiden is , en d'ongehjekegetem- 
pertbeit der herffenen veroirzaeckt dat d'een treck tot een zelve 
zaeck heeft > die den anderentegens bet hart Jleeckt. x^/llle eerlijcke 
kunjtcn en oefen'tngen hebben hare be-ijveraers , en tegenzzrijters , 
oock hunrecht gebruick, en misbru'tck. { l)e beilige treurfpeldichters 
hebben, onder de onde Hebreeih tot bun voorbeelt den 'Poeet Ezecbiely 
die den uit toght dertvjatefStammenv.it Egypt en in Griexnagelaten 
heeft •■> onder d'eervjaerdige Outvaders hebben zy het groote licht 
uit den Oojlen , Gregorius Nazianzener , die zelf den Gekrtiijten 
VerloJJer in Grieckfche tooneelvaerzen nitbeelde ; gelijck ivy nocb 
van "jjijlen den Kcmngklijcken Gezant , Hugode Groot , dat groote 
licht der geleertheit en vrovueheit onzer eeuwe , Sint Gregorius ' 

/poor 



Jpoornaerjlrevende, voor zijn treurfpel van den Gekriiiflen-, inLa- 

tijn befebreven, endien onvtrgangklijken en Jlichiigen arbeit eer en 

danckbaerheit fchuldigh blijven. Onder d Engelfche Onroomfchc?i 

heeft de geleerdepenvan Richard Baker , Ltuiferenal den bandel 

der oproerige Geeflcn , oock vry brect in V rijmeloos uitgejlreken. 

JVel is -waer dat de leaders der onde Kerch de gekrijlende tooneel- 

fpeelders buitcn degemcen/cbap der Acrckekeerdcn , en het tooneel- 

fpel vandien tijt heftig be/Ire den : maer Ut men'ervjelop } de (ijt 

en reden van dien vuasheel anders gelegcn. *De zaeerelt lagb totn 

noch diep 5 op vele plaetjcn , in Ileidenj'che afgoderye verzoncken. *De 

gront des ChriJ/endoms vjas nocb onbejtorvt-n , en de tooneelfpelen 

vjerden Cybele , der gedroomdc Goden moeder , een groote afgodinne , 

ter ecregejpeelt , en gehouden voor een verdienfligh middelom hier 

door Ian tplagen van den hals desvolcks afte keeren. Sint Augujliju 

getuight-, hoe de Heidenfcbe Aertspriejler-, een bediender van Numats 

in ji ell in gen en afgodcndienf , te Rome , teroirzaecke van een z-jl are 

pejle,de tooneeljpeeUn eerji infldde-, en door zijn gezagh bekrachtigh- 

de. Scaliger zelj ' bekent dat z,e , om degezoutheit desvolxtever- 

werven, door ingeven van de Sib tile ingeflelt vjaren ; invoegendat 

dit Jpelen eigentliyck freckle tot eenkracbtigh voedlfel van debltn- 

de afgoderye des Hetdendoms , en verhejjinge der aj goden $ cm in- 

gekanLerde gruweli vjiens u)troien den eerjlen krtusbelden-, aide 

gedurigb vjorfelende Kercke op zoo veelzvjeet en bloct ftont , maer 

nu langb uitgefiorven , geene voet(lappen in Europe laet. ID at dan ae 

H Outvaders die tooneelen bier on/ , en te gelijck om bet bederfder 

zeden , en andere openbare enfchaemtelooze misbruicken van nacck- 

te longcltnven , vrouwen en macghden en andere vuilichedcn bc- 

f raft en , was noodigh en lofhjck , gelijck het in diengcvalle noch zou- 

de zyn. T)it nu ovcrgejlagai , laet ons het nut en den oirbacr van 

fltcbtelijcke en vermakelijcke fj\ . t n met te licht vjechvjorpcn. Hi 

lige en eerhjeke voor bee Iden dtenen tenfpiegef om de tight en Goat - 

vruchtigheit t'omhelzen 3 gebreken , en dclendcti , daer aengehecht , 

te fchuiL'en. Het wit en ooghmerck der vettige Treurfptlcn is de 

menfehen te vermorntn door (I brick , enmedoogen. Sc holier en , en 

optwekendejongkbeit vorden door Jpelen , in talcn , u c Jfprekenbeit , 



**- 



3 



wys- 





i 








vjijsheit , tucht , engoede zeden , en manieren , geoefent , en dit zet 
in de teere gemocden en ztnnen , eenploy van voegbetijckbeit en ge- 
fcbicktheit, die bun ,tot indenouderdom toe , bybuj^t/i^ enaenhan- 
gen: ja betgebeurt byiLtjlen dat overvliegende vemuften , bygtene 
gemeine middelen te buigen, nocb te verzetten, door (pit svon dig- 
heden en hoogbdravenden tooneeljhjlgeratckt , en , bun en bun eiecn 
vcrmoeden , getrocken vjorden : gelyck een edele luitfnaer geluit 
gee ft j en antwoort , zoo dra bear iztergade , van de zelve nature en 
tart , en op eengehjckcn toon , en andere luit gefpannen , getokkelt 
wort van een gcejlige bant, die , alfpeelende, den tuimelgeejl tin 
eencn bezeten en verjlockten Saul dnjven kan. De htflorien der 
eerfle Kercke bezegelen dit met de gedenckwaerdige voorbeelden 
van Genefius en Ardaleo , bade tooneelfpeelders , in den Scbouburgb , 
door den H. Geefi verlicbt , enbekeert ; terwijlze , on der bet fpe lev, 
den Chriftenjchen Godtsdienfl willende befchimpm, overtuigbt 
wi\ rden van de waerbeit ., die ze ge leer t badden , ;/// bun deftige 
fpeelrollen , doorgaends beter gefloffeert met pit van rmjsheit dan 
laffe redenen , men lang in den wint geftroit , en eer verdrietigb dan 
leerzacm . CMen vjorpt ons , ten opzicht van Bybelflojfe , voor , dat 
men geen [pel met beilige zaecken beboorde te fpelen , en zeker dit 
zoit watfcbijns bebben in onze tale , die jiiifl bet woort van Spelme- 
de brengt: maer we Jlecbtseen woort of an der half Griecks kan tut- 
famelen , xwf we I dat dit vuoort by Griecken en Latijnen geen ge- 
bruick beef tin dun zm : want T^yA. is een koppelwoort , en be- 
te ken t eigentlijck Bockezang , naer der berderen wedge zangen , in* 
geflelt om met zingen eenen Bock te winnen > nit welckegewoonte dc 

treurzangen, en \ federt detoonee I fpelen , hunnen oirfprong namen : 
en wil men ons hnmers dtts ongenadigh knu/felen om bet woort Spel, 
waer bfyvenwe dan met orgelfpel , T>avids harp-en zang /pel , en bet 
Jpel van tien fnaren , en anderflmt- enfnarefpel, by verfcheidenheit 
van Onroo?nfchen , in hiinne vergadertngen ingevoert ? JV} e dan 
ditonderfcheitvat, zalwel, betmisbruickdertooneelhtnflebeflraf- 
Jende, bet rechtmatigbgebruick met ongenadigh vallen , en dezen 
betrijckmjaGoddelijckenvont, een eerlijcke ttttfpannbige, en ho- 
nighzoeteverquickinge van's levens moeielijckheden , dejertgbt , en 

kunfl- 




kunflbeminnende burgerije niet misgunnen ; op dat wj> , bier door 
gemoedigbt , Lucifer met 7neer yvers ten Tre-urtooneele voeren , 
daerhy, endelijck , vanGodtsblixemgetroffen , ter he/leflort, ten 
klaren fpiegel van alle ondanckbare jtaelzuchtigm , die zicb f/ou- 
telijck tegens de geheiligbde Olaghten , en tJAiajefleiten , en wett'ige 
Overbeden durven verbejfen. 



I N H O U D T. 

LUakr, d'Acmcngd, opperftc , en doorluchtighde bovcnalleEngelcn 
hoovatrJigh en Aactzuchtiph , uitblinde licfdc torzijn eige, bcnijjc Godc^ 
onbcpacldc proothcir , oock den menfeh , naer Godts bcclt ge-fchapen , en 
inhetweelighPjradJjs mctdc hccrfchappijc dcsairdtbodcms be£ifn'n| u . Hv bc- 
nijdcGodtcnmcnfchtcmeer, tocn Cibriel, Godre Herour , aJJcLngdcn'vDor 
dicn/lb G( lien vcrklacrdc , en dc geheimennTen van Godrs mckomcn.iV 
menfehworden hun omdceluc; waer doorhet EnprlsJ, , m voorbygejjjcn , de 
wacrachrige menfchelijckc natuur, met dc Godtkcir vcrccnighc. ecn\gcliicke 

maglu en Majcllcit te vcrwachtcn Aont: wacrom dc linovacrdig'c en nTjdigc'Gecft, 
poorendc zich zclvcn Godcrelijck tc (kllcn , en den menfeh Luiten den hcmtl te 
houden, door yijne medcrtandcrs, ontelbarc Engclen oprockende , wapende , 
en regens Michael, 's heme's Vclthctr, en zijnchcirkrachtcn , onaenrczien Ra- 
faels wacrfchuwingc, acnvrcrdc; en afncflrcdcn, nadcneerlacgh, ui't v.racckc 
dcnccrncnmcnlfh , en in hem allczijnc nakomclingen , ten vjj brnqht , en hy 
axli met zijnc wecrfpannclingcn ter hcllc gcllort , en eeuwigh verdoemt wen. 



Hct toonccl is in den hemci. 



P E R- 





















PERSONAEDJEN. 



Bklzebubi "1 

I 



Belial, 



V vederfpannige Over ft en 



\ 



A P O L LlOV, J 

G a b r i e l , (W^ Gehcimenistolck. 
Re y van Engelen. 

Lucifer, Stedehouder. 

Lr ictFERisTEN, OproerigeGeeflen 

MicHAeL, felt heer. 

R a f a e l , Befchewi-engel. 

U a 1 c l , CMirhaefs Schilthuep. 



LUC1- 





LUCIFER. 

T R E U R S A P E L. 

:HET EERSTE BEDRYF. 

Belzebnb. Belial. Apollion. 

Yn Belial ging hene op luchcen vleugels dri j ven, 
Om uic te zien waer ons Apollion magh blijven. 
Vorfi Lucifer zondt hem , coc dezen coghc bequaem, 

Naer 't aercrijek , op dat by eens nader kennis naem' 
Van Adams heil en ftaet , waer in d' Almogenrheden 
Hem ftclden. her wore tijc om weder van beneden 
Tekccren hier ter flcde : ickgis hy isnietvecr. 
Een wacker dienaer vlieglu op 'c wencken van zij n' Heer ; 
En ftut zijn meefters troon gecrou met hals en ichouder. 

Belt. Heer Belzebub, ghy Raet van's hemels Stedehouder, 
Hy fteigert fteil , van kreits in kreits , op ons gezichc. 
Hy flreeft den wint voorby , en laeteen fpoor van lichv 
En glanflen achrer zich , waer zijn gczwinde wiecken 
De wolcken breecken. hy begint ons luchc re riecken , 
In eencn andren dagh en fchooner zonnefchyn, 
Dacr *t licht zich fpiegelt in hecblaeu we kriflalyn. 
De hemelkloocen zien met hun gezichc , van onder , 
Terwijl hy rijfb, hem na , een ieder in 'tbezonder, 
Verwondert om dien vaercen goddelijcken zwier , 
Die hun geen Engel fchijnc, maer cer een vlicgend vier. 
Geenftar verkhiet zoo fnel. hierkomthy aengeftegen , 
Met ecnen gouden tack , en heeft de lleile weaen 
Voorfpoedinhafgelcic. Belz. War brengc Apollion ? 

Apol. Heer Belzebub , ick heb , too vlytigh al&ickJton j 
Her laegh geweft befpiet , en ofiere u de vruchten , 
Zoo diep beneden ons , in andre zon en lucluen , 

A Ge- 



























- L U C I r E R. 

Gefproten : oordeel , uit de vruchten » van hcc lane , 
Envandenhof, door Godtgezegent, enbeplane, 
Totwellufl vandenmenfch. Btlz. ickzie degoude bladen - 

Met perlen van de lucht , den zilvren dau , geladea 
Hoeliefliickriecktdirloof,datzijneverrbehoudt! 

Hoe gloeit die vrolijck ooft van karmozijn , en gout ! 
't Waer jammer zoo men die ontwijde met de handen. 
't Gezicht bekoort den mont. we zou niet watertanden 
Naeraertlcheleckernv? hvwaloht van onzendaoh, 

J J o o 

En hemelfch mann' , die 't ooftder aerde plucken magli. 
Men zouons Paradijs om Adams hof verwenfehen. 
\ Geluck der Enaelen moet wijeken voor de menfehen. 
Apol. Niet waer , beer Belzebub ? al fcbijnt de liemel hoogb , 
VVy leggen veel te laegh. bet geen ick met mijn oogb 
Gezienheb,miftme niet. 'tvermaeck van's weerelts boven : 
Een eenigb Eden gaet ons Paradijs te boven. 
Belz. Laet hooren watgbe zaeght ; \vy luiflren t'zamen toe. 
Apol. 'kVerzwij^h mijn benevaert, om niette reppen boe 
Gezwint ick nederfteegh , en zonck door negen bogen , 
Die , fneller dan een pijl , rontom bun midpunt vlogen. 
Het radt der zinnen kan zoo fnel niet ommeflaen , 
In onsgedacbten ,alsick , lager dan de maen 
En wolcken , afgegleen , bleef hangen op mijn pennen , 
Om 't Oofterfche geweft en lantfchap t'onderkennen , 
Op ' t aenzicbt van den kloot , daer d Oceaen om fpoelt , 
Waer in zoo menigb flagb van zeegedrogbten woelt. 
Van verre zagb men bier een' boogen bergb verfchieten , • 
Waer uit een water val , de wortel van vier vlieten , 
Ten dale nederbruifebt. wy ftrekenfteil, enfehuin 
Voorover met ons booft , en ruftten op de kruin 
Des berghs , van waer men vlack de zaligc landouwen 
Der onderweerelten baer weelde konaenfebouwen. 
Belz,. Nufchilder onsdenhof, en zijn geftaltenis. 
Apol. Debofvaltront, gclijck de kloot der weerelt is. 



If. 



TREURSPEL. 

I n't midden rijftdebergh, waer uit de booftbron klacert , 
Die zicb in vieren deelt , en al bet lant bewatert , 
Geboomte en beemden laeft , en levert beken uit , 
Zoo klaergelijck kriftal , daer geen gezicbt op ftuit. 
De ftroomen geven flib , en koefteren de gronden. 
Hier worden Onixfteen en Bdellion gevonden. 
Hoe klaer de bemel oock van ftarren biinckt , en barnt^ 
Hier zaeide vrouw Natuur in fleenen een gefternt , 
Datonzeftarrendooft. bier biinckt bet gout ind'aderen, 
Hier won Natuur baer' fchat in eenen fchoot vergaderen. 

Belz. Wat zweeft 'er voor een lucbt , waer by dat fcheplel leeft? 

Apol. Geen Engel , onder ons , zoo zoet een' adem heett , 
GelijckdefriiTchegeeft, die bier den menfeb bejegent, 
Het aengezicbt verquickt , en alles ftreclt , en zegent : 
Dan zwelt de boezem der landouw' vankruit ,en kleur, 
En knop , en telgh , en bloem , en allerbanden geur. 
Dedau ververfebtze 's nacbts. bet rijzen en betdalen 
Der zonne weet zijn maet , en matigbt zoo baer (tralen 
Naer ei fch van elcke plant , dat allerbande groen 
En vrucht gevonden wort , in eenerley faizoen. 

Belz. Nu maelme de gedaente en 't wezen van de menfeben. 

Apot.W'ie zou ons Engelsdom voor't menfebdom willen wenfehen, 
Wanneer men fcbepfels ziet , die 't al re boven gaen , 
En onder wiens gezagh alle andre dieren flaen. 
Ick zagb den ommegang van bondertduizent dieren , 
Die op het acrtrijek treen , of in de wolcken zwieren , 
Of zwemmeninden ftroom , zooiederis gewent. 
En leven lchept in zij n byzonder element. 
Wie zou een icders aert en eigenfebappen ramen 
Als Adam ! want by gafze op eene ry bun namen. 
De berghleeuw quifpelde hem aen met zijnen flaert , 
En locgb den meefterroe. de tiger ley zijn' aert 
Voor'sKonin^svoetenaf. delantftier boogbzijn' boren, 
End'olifant zijn'fnuit. debeervergat zijn'toren. 

A 2 GrifToen 



3. 

















*■ 



4 LUCIFER. 

GrifToerienadelaerquamluiftrcnnaerdienmaii, 

Oock drjeck , en Behemoth , en zelf Leviatan. 

Noch zwijgh ick welck een lof den menfeh wort toegezongen - 

En toegequinckeleercvan 'tluftprieel, voltongen •, 

Terwyl de wine in 't loof, de beeck langs d'oevers fpeelt , 

En ruifcht op een muzijek , dat nimmer 't hart verveelt. 

Hadzich Apollion inzijnenlaftgequeten , 

Hy had ons hemelrijck in Adams Kijck vergeten. 

Belz. Watduncktu van hetpaer, dat ghy benedenzaeght? 

Apol. Geenfchepfcl heeftom hooghmijn oogen zoobehaeghc 
Als dezetwee om laegh. wie kon zoo geeftigh flrengelen 
Het lichaem , en de ziel , en fcheppen dubbele EngeJen , 
Uit klaiaerde , en uit been, het lichaem , fchoon van leeft, 
Getuightdes Sclieppers kunft , die blinckt in 't aenfehijn meeft 
Den fpiegel van 't gemoedt. wat lidt my kon verbazen s 
Ick zagh het beelt der ziele in 't aengezicht geblazen. 
Bezit het lijf iet fchoons , dat vint men hier by een. 
Een Godtheit geeft hacr' glans door "s menfehen oogen heen, 
De redelijcke ziel komt uit zijn troni zwieren. 
Hy heft , terwijl de ftomme en redenlooze dieren- 
Nacr hunne voeten zien , alleenen trots het hooft 
Ten hemelop naer Godt, zijn' Schepper , hoogh geloofc. 

Belz. Hy looft hem niet vcrgeefs voor zoo veel rijeke gaven. 

Apol Hy hcerfcht, gelijckeen Godt, om wien het almoctflaveu. 

D'onzichtbre ziel beftaet uit geeft , en niet uit ftof. 

Z'isheeliniederlidt. hetbrejn verflrcckt haerhof. 

Zy leeft in eeusv'.gheit , en vrecrt noch rocft , noch fchennis. 

Zisonhegnjpelijck. voorzichtigheit, en kennis, 

Endeught.envryenwilbezitzeineigendom. 
Voor hare majefteitftaen alleGeeften ftom. 

Dcwijdeweerelt zal eer bug van menfehen krielen. 
Zy wacht , uit luttel zaets , een" rijeken oegft van zielen • 
En hierom huwde Godt den man aen zijn mannin. 
Belz. Wat dunckt u van zij n ribbe , en lieve gemalin ? 



TREURSPEL. 

Apol. Ick decktemijngezichten oogen met mijn vleugelen , 
Om mijn gedachten en genegentheen teteugelen , 
Zoo dra zy my gemoete, als Adam met der hant 
Haer leide door het groen. by wijlen hiel hy ftant , 
Defchoudeze overzy , en onder dat beloncken 
Begon een heiligh vier zijn zui vre borfl t'ontvoncken : 
Dan kufte hy zijn bruit , en zy den bruidegom : 
Dan ging de bruiloft in , met eenen wellekom 
En brantvan liefde, niettemelden , maertegiflen -, 
Een hooger zaligheit , died*Engelen noch milTen. 
Hoc arm is eenigheit ! wy kennen geen gefpan 
Van tweedcrhande kunne , een jongkvrouw , en een' man. 
Helaes ! wy zijn misdeelt : wy weten van geen trouwen , 
Van gade of gading , in een' hemel , zonder vrouwen. 

Belz. Zoo wort 'er met der tijteen weereltaengeteelt? 

yjpol. Door een genot van 't fchoon , in 's menfehen brcingebeelt. 
En ingedrucktmet kracht vand'opgefpannezinnen. 
Dat houdt dit paer verknocht. luin leven is beminnen , 
En wederminnen met een' onderlingenlufl, 
Onendelijckgelefcht, en nimmer uitgeblufcht. 



, I , b — ,-.. , .. — 

Demanen vrou zijn bey volfchapen, evenfehoon - 7 
Van top tot teen, met rechtfpant Adam weldekroonj 
Door kloeckheit vangedaente, en ma : efteit van wezen, 
A Is een tcr hecrfchappy desacrtryx uitgelezen : 
Maeral wat Eva heeft vemoeght hacr bruiaoms eilch : 
Der leden tcderhcit, eenzachter vel en vleifch , 
Een vriendelijcker verf, aenminnigheit der oogen , 
Een minnclijckemont, een uitfpracck, wiens vermogen 
Beftact in ecdlcr klanck •, twee bronnen van yvoor f 
En wat men bcfl verzwijge , eer dit een Geeft bekoor 1 . 
Bejegent Engelen , hoe fchoonze uw oogh behaeghden $ 
- c z 'j n wanfehapenheen by 't morgenlicht der maeghden.' 

A 3 Belz, 



% 




:> 




















6 I U C I I- K K. 

''rU. netfchijnt«i ) hyblaecki:vanminneom , cvcou\velijckedier. 

^Ap7i. Ickhebmijnnaghveer in dataengenamevier 
Gezengt. het vielme zwaer van onder op te flijgen , 
Te roeien , om den top van Engleburgh te krijgen. 
Ickfcheidedochmetpijn^nzaghweldriewerfom. 

Nu blinckt geen Serafijn , in 't hemelfchheilighdom , 
Als deze , in 't hangend bair , een goude nts van ftralen , 
Die fchoon gewatert van den boofde nederdalen , 
En vloejen om den rugh. zoo komtze , als uit een licbt , 
Te voorfchijn > en verheught den dagh met haer gezicht. 
Laetperle en perlemoeru zuiverbeitbcloven •, 
Haerblanckbeitgaet deperleen perlemoer teboven. 

Btlz. VYat baet al 's menfchen roem, indien zijn fcboonbeit fmelt, 
En cndelijck verwelckt , gelijck een bloem op 't velt ? 

ApoL Zoo lang die hof beneen niet opboude ooft te ge ven , 
Zal dit gezalight paer by zulck eea' appel leven , 
Die daer in 't midden groeit , bevocbtigbt van den ftroom , 
W'aer by de wortel leeft. dees wonderbare boom 
Wort 's levens boom genoemt. zijn aert is onbederflijck. 
Hier door genietdemenfcb bet eeuwigh en onder llijck, 
E^ wort den Engelen , zij n' broederen , gelijck , 
Jaovertreftzein'teindt^enzalzijnmaghten Rijck 

Verbreiden overal. wie kanzijn vleugels korten ? 
Geen Engelheeftdemaghtzijn wezenuitteftorten 
Induizentduizenden,ineenoneindightal. 
Nu overreken eens wat hier ui t wordcn zal. 
Bels. De menfch is maghtigh dus ons over 't booft te wafTen. 
Apol Zijn wafdomzal ons haeft verfchrickcn , en verraflen. 
Al duickt zij n heerfchappy nu lager dan de maen ; 
Al is die maght bepaelt ; by zal al hooger gaen , 
Om zijnen ftoel in top der bemelen te zetten. 
Zoo Godt dit niet bclet , hoe konnen \vy \ beletten > 
Want G odt bezint den menfch , en fchiep bet al om hem. 
Be/z. Wat boor ick f een bazuin ? gewis hier wtf een (tern 



Op 



TREURSPfcL. 

Op volgen : zie eens uit , rervvylwe hier verbeien. 

Apol. D'Aertsengd Gabriel , gevoleht van 's hemels Ruen , 
Genaeckt in 's Hooghften naem , om uit den boogen troon 
T'ontvouwen , als Herout , Iictgeen hem wiert geboon. 

Belz. Ons lull tehooren wat d'Aertsengel zalgebieden. 

G. ibri el. Rey van Engelen. 

HOort toe , ghy Engelen : hoort toe : ghy hemellieden. 
DehooghfieGoetheit,uitwiensboezemaIIes vloeit 
Watgoet, wat heiligh is ; die nimmerwort vermoeit 

Door weldoen , noch vcrarmtvan haergenadefchatten, 
Tot noch met geen begryp der fchepfelen t e vatten • 
Dees Goetheit fchiep den menfch hacrcigen beeltgelijck, 
Oock d'F.nglen , op dat zy te zamen 't eeuwigh Rijck 
En noit begrepen gout, na 'ec vierigh ondcrhouden 
Dcr opgdeide wet , met Godc bezitten zouden. 
Zy boude't wonderlijck en zienelijckHeelal 
Der weerelr Godeenoockdcn menfche tegeval; 
Opd.it hy in dit hofzou heerfchen, en vermeeren ; 
Met al zijne afkomfl hem bekennen , dienen ,eeren $ 
En ftygen , langs den trap der weerelt , in den trans 
Van "t ongefchapen licht , den zaligenden clans. 
AlfchijnthetGeeQendomalleandren t'ovcrtreffen $ 
Godt floor van eeuwigheithetMenfchdom teverheflen . 
Oock boven 't Engels Jom , en op te voeren tot 
Een klacrheitcn een licht, dat niet verfchilt van Godt. 
Ghy zult het eeuwigh Woort , bekleet met been en aren , 
Gezalft tot Heer , en hooft, en reenter, al de fcLtren 
Der Geeflen .Engelen en menfchen re gelijck, 
Zicn rechten , uit zijn troon , en onbefchaduwt Rijck $ 
Daer ftaet de floel alree eeheilight in het midden. 
Dat allc d'Engclen hem pafTen aen te bidden , 
Zoo ras hy innery , wien 't menfchelijckgeflalt, 
Oock boven ons natuur vcrheerelijckt , gevalc. 



7 



Dan 








I 









k i 



I 



LUCIFER- 

8 DanfchiintdeheldrevlamderSerafijuenduiaer, 
Bv s menfchen lick , en glans , en goddehjcken luiftet. 
Genade dooft Natuur en al haer glanfen uil 
Dit'snootlot, en een onherroepehjck beflui . 
*,, Al wac do hemel ftemt , zal 't hemelfch heir behagen. 
Gab Zoo pad u trou in Godts en 's menfchen dienft ce dragen: 
Naerdien de Godtheit zelf de menfchen zoo bemint. 
Wie Adam eert , het hart van Adams vader wiaL 
De menfch en Engel , beide uit eenen flam gefprocen , 
Zijn medebroeders •, uitgekore lotgenoten , 
Des Al lerhooghften zoons en erven , zonder imet. 
Een ongcdeclde wil en liefde zy uw wet. 
G h y vveet hoe 't Engclsdom moet onderfcheiden worden 
In dryderhande ry , een negenvoudige orden ; 
De hooghfte in Serahjn , en Cherubijn , en Troon , 
Die zitten in Godts Raet , en ftercken zijn geboon. 
De middenry beftaetuir Heerfchappyen , Krachten , 
En Maghten , die op 't woort van Godts Geheimraet wachten. ; 
Tot 's menfchen nut, en heil , en hulp in 't algemeen. 
De dcrde en lacghfte ry , gewijt uit Vorflenheen , 
En groote Aertsengelen , en Engelen , moet duicken 
Voor'twoortdcr middelrye ,en latenzich gebruicken. 
Benedenhetgewelf van zuiverkriftalijn , 
Inhun' byzondrenlafl:,zoowijt'tgcftarrentfchijn\ 
VVanneec de weerelt koom' zich verder uit te fpreiden , 
Wort e\ck van deze ry in zijn gcweft bcfcheiden , 
Of weet zijn eige (ladt , en huis , en wat perfoon 
Zijn zorgh bcvolen blijft , ter cere van Godts kroon. 
Getrouwcn , gaet dan hene , onfterfelijcke Godcn , 

Gehoorzaemt Lucifer, verknocht aen Godts geboden. 
Bevordert'shemelseerin't menfchelijck geflacht, 

Eeniederinzijnwijck,eenicderopzijn wacht. 

Laet zomtnigen voor Godt de fchael vol wieroockbranden , 

Zn brcngcn voor Godts troon der menfchen oflerhandcn , 



TREURSPEL. 

En weulchen , en gebeen , en zingen 's Godrheits Jof , 

Dat zich de galm verfpreie in 't eeuwighjuichend hof. 

Eenanderdraey' geftarnteen rondehemelklooten, • 

Of zetc' den hemel op , of hou de lucht gefloren 

Metwolcken , omdenberghte zegenen omlaegh, 

Met eenen zonnefchijn , ofverfcheregenvlaegh 

Van manne en honighdau , daer Godt wort aengebeden , 

Door d'eerfte onnozelheit , de burgery van Eden. 

Wie door de lucht , en 't vier , en aerde , en water renr , 

Die matige op zij n pas een ieder element , 

Naer Adams wenfch , of legg'den blixemflrael aen banden , 

Of breidele den ftorm , of breeck' de zee op flranden. 

Een ander Ha de treen des menfchen gade op 't velt. 

De Godtheit heeft zijn hair tot op een hai r getelc. 

Men draegh' hem op de hant , dat hy zijn' voce niet ftoote. 

Wort iemant , als gezant , gczonden van een' Groote 

Aen Adam , 's aertrijeks Vorft, dat hy zijn' lad verricht'. 

Zoo luidt mijn lafl , waer aen de Godtheit u verplicht. 



w 



£n 



Key van Engelen 

- 

Zang. 

Ie is het , die zoo hooch gezeten , 
Zoo diepin 'tgrondelooze lichr , 
Van tijt noch ecuwigieitgemeten, 

Koch ronden , zonder tegenwight , 
By zich beftaet , geen fteun van buiten 

Ontlcenc , maer op zich zelven ruft, 
En in zijn wezen kan befluiten 

Wat om en in hem , onbewuft 
\'an wancken , draeit , en wort gedreven , 

Om'teeneneenighmiddelpunt ; 

Der zonnen zon , de geeft, het leven ; 
Deziel van alles wat ghy kunr 

B 



Bevroen , 










10 



LUCIFER. 

Beyrrffl , ofnimmermeer bevroeden $ 

Hec hart . de bronaer , d'oceaen 
En oirlprong van 200 veie goeden 

Alsuic hem vloeien , en belhen 
Bv zija genade , en aivermogen , 

' En wijtknt • die hun 't wezen fchonck 
Uic niet . eer dit in top voltogen 

Palais • dcr heemlen hemel , blonck -, 
Daer wv me: vleuglen d' oogen decken , 

Voor aller glanlen Maiefteit •, 
Terwiilsve 's hemels lofgalm wecken , 

En vallen , uit eerbiedigheit , 
Uievreeze, inzwijm op 't aenzicht nedcr : 

Wie is het f noemt, befchrijfr, ons hem , 
Met eene SerafVme veder. 
Of fchort hec aen begrijp en flem ? 

Tegehzaiig. 

Dat'sGoDT. OneindigheeuwighWezer 

Van alle ding , dat wezen heefc , 
Vergeef het ons ; 6 noit volprezen 
Van al wat leeft , of niet en leeft , 
Noicuicgefproken,nochrel~preken • 
Vergeef net ons 5 en fchek ons quvc 
Dat gecn verbeelding, long, noch teken 
U melden kan. ghy waert . ghy zijt , 
Ghy blijftdezelve. alle Engieltennis 

Ln uitfpraeck , zwack , en onbequaem - 
Is maer oncheiliging , en fchennis : 

Want ieder drat^ht zijn cigen naem , 
Behalve ghy. Wie kan u nocmen 

By uwen N aem ? w ie wort gewijt 
Tot uw Orakel \ wie durf roemen I 
Ghy zijt allceh dan die ghy ziic , 



T R E U R. S 

U zelf bekent en niemant nader. 

U zulx te kennen , als ghy waert 
Der eeuwigheden glans en ader ^ 

Wien is dat Iicht geopenbaert ? 
Wien is der glanfen glans verfchenen ? 

Datzien is noch een hooger heil 
Dan wy van uw genade oncleenen 5 

Dat overfchrijc het perck , en peil 
Van ons vermogen. wyverouden 

Inonzenduur; ghy nimmermeer. 
Uw y ezen moetons onderhouden. 

Verheft de Godcheir. zingt haer eer. 

Toezang. 

Heiliah , beiiigh . noch eens heiligh , 

Driemaelheiligh.eer zyGodt. 
Buiten G odt is 'r. nergens \eiJigh. 

Heiligh is het groot gebodt. 
Zijn geheimenis zy bondigh. 

Men aenbidde zijn bevel. 
Dar men overal verkondigh* 

Wat de trouwe Gabriel 
Ons met zijn bazuin quam leeren. 
LaetonsGodtin Adam eeren. 

AlwatGodrbehaeghr, iswel. 



PEL 



■ 1 



Uzelf 



B 1 



HET 

















:: 



LUCIFER 

H £ T TWEEDS BE 



D R Y K 







3 



GH ^aclk G - - - - - ~ - " " _, 

-iin :Goc: Mc nfc-_ i:: 
A. : genoegh gevoert : . : - '--: '.: 
\_ lifkr : _. :=r iadezec — : 
Die Tan bencdc ;azoeckidea rghaac::: 

0»»eteea'aertfcbe- : asd jcmeice ::ioc „ 
Be i kr oooea meer in 

VennAz -toot -.-JctmcJ 

ervoc _ .- \:nr :.- 

ilaerbeir kc ~ : . " clich: ierGoc 
ncc - : jianiea doot-, gebick de zoa , by daegh , 

De doott, voor'coockderrcbcpreler, .omkegk 

nac -tnetEag eaalleh- --.::■-.:- . 

Deaier ben chart de^Oppet : --;-. 

L- : - . - .: demenfefe hero 

in gaetbese, 
Eaeen : : nierv - ; lacht ooderc 
De rr ; - fchen zijn om Gf - y om hen gdchapea 

":I iar'sEnc- eckhsr ~. onderlchraeelV, 

iphenpafTe, eno; 

isvc :e,opci. :_ z crooner.: 

. alsuitrer -en 

^ azee ^' - " zr.iicbta itRjjck. 

Dezoondesz ^hs,den Vaier zoo^' c 

Gefchapen. - - mc: - - t gege^ 

Ber : oocaftrf, raet voocalU eer(l £ ebootaeabS - 

Ea f^deren. hier gelt geen tege- : hoc:: 

uGabc :^zu:ntvoc- ^eh goodepoort. 
5:edehouder - G oda opperheerk happy en . 
•Vyhoosen'talteurel, en. midden in tverM-' 





Ofoc Cc . 





De* 




!■" «1 




TREL r RSPEL 

D \eien.eeaeakiaock.«iie'ceec«-igiiKefibcc 
D nnGac .ek kher : dat 
G Caetubf>oeioiigomoas 

V : - hoefide A pol aaarrd' 

\ . : - gea , om aader ; t-\ 

V\ m al - zoo Jaeg a de 

Herb . .leerL hemde Gcz:- t : . -.-_ 

i doot eea lijiwachi fan veei cuizeadea verdadight s 
E r hoathae* : i n zijc ilaec ea aeazien . miz aoch meer 
C ' *aer cot aller G eefiec H eer. 

Dep ilaer toot Adams afkomft open 

Eea ae: roxm . - : eea" klomp • 3 aerde ea klay gekrope r> . 

-ivet mogeacheit- gny zzk net 

Zoo re boven n , en rjllende op cw kaien , 

. : -: rrneooc-"- 

, en hooghe : . ; - "noge- 

Hetz_... :rc _ rrhoot emagh:. 

Z zetxen , aen de zy cer Go<kfae::.:azgBkracb 
i heerfchea , laager en noch wilder cL □ de ronden 
D er en d ooze eeowi^hei r . ae n cm aoc h place gebonc 
OmGoc;, haermiddelpanceaomlooptegel: :• 
Ztch draeJea , zoader nr~: aracboertmenkiaerderblijck 
Dar God: ce menilher. i verheflea , oas Terneerea ,- 
Wv ziin ter dieailbaeihek , tk menfeaea toe l e ^etitu 
G - r ' : : :oraen den Icepter cit der haa r : 



:: 






. . - - - 



aerbi iaa:. 



C oenza xibog. leghafuwrnorgen 

Eahulfel\cor eszon.orpashaerincehalen 

rt zangen . en trio mi*, en goddeLjck deoec 
Wy zien den hemel haefl veraaderen vaa fcaet. 
De fbrrea z t n \-aft uic , en cken met verlaagen , 
Om vol eerbiedigh - _ : .aieuwe lkhc e'e aagen. 

Lac. Datzalickk s het anders in m:>a aiaghr. 

z .- Dierh.cr.iA. L-: ..: • H z.-~ hem, fie :;:::::: 

E i 





1+ 



LUCIFER. 





















Van's hemels aengezichcverdrijvenkan , enjagen. 
Waerhy verfchijiic, beghu hec heerlijck op cedagen. 
Zijn waflend J. f'hc , hec eerfte en allernaefte aen Godc , 
Verminderc nimmermeer. zijn woort is 'c hoogh gebodt , 
Zijn wil en wenckeen wee , van niemanc c'oveccreden. 
De Godcheic wort in hem gedienc , en aengebeden , 
Bewieroockc , en gevierc : en zou ecn lager ftem 
Nu dondren uic Godcs croon ? gebieden boven hem ? 
Zou Godt een'jonger zoon , geceek uic Adams lenden 
Verheffen boven hem ? dac waer hec erirechtfehenden 
Van 'calleroucftekincenzijnftadchoudery 
Ontluifteren. naeft Godc is niemanc grooc als ghy , 
De Godtheic zetceueens in glorieaen haer voecen : 
Geen menfeh verftouce zich onze orden om ce vvroecen , 
En die bezwocen Rechc concwijden , zonder reen j 
Of aide hemel raeckc in 'c harnas cegens een. 
Luc. Ghy vac hec rechc hec paft rechefchape heerfchappijen 
Geenfins hun weccigheic zoo los celacen glijen : 
Wane d'oppermaghc is d eerfte aen hare wee verpUchc ; 
Verandrenvoeghc haerminft ben ickcen zoon van 'clicht, 
Een heerfchetover cliche, ickzal mijn Rechc bewaren : 
lck zwiebe voor geen gewelc , noch aercsgeweldenaren. 
Laeczwichcen al wac wil : ick wijck niec eenen voec. 
Hier is roijn Vaderlanc noch ramp, noch cegenfpoec , 
Noch vloecken zuilen ons vervaren , noch becoomen. 
Wy zuilen fneven , of dien hoeck te boven komen. 
Is t nootloe dac ick vail' , van eere en (hec beroofc • 

Laecvallen, alsick vail' met dezekrooneop'choofc; 
Dien fcepter in de vuift , dien eerfteip van vertrouden , 
Ln zoo veel duizenden als onze zyde houden. 

Daevallenftreckccoceer.enonverwelckbrenlof. . 
En l.ever d'eerfte Vorft in cenigh lager hof, 

Dan in t gexalighc Uoht de tweede , of noch een minder. 
£00 erooft yck my de kans , cn vrees nu leet noch hi nder 



Macr 



TREURSPEL. ' 
Maer hier komt 's hemels rolck , en wackere Herout , 
Mec Godcs gehjimnisboeck, zijn zorge toebecrouc. 
Hec waer niec ongeraen hem nader c'ondervragen. 
Ickwilhemregencreen, enafcreen van den wagen. 

Gabriel. Lucifer. 

HEer Scedehouder , hoe ? waer hene leic de reis > 
Luc. Naer u , Herouc , en colck van 'c hemelfche paiais. 
Gab. My dunckc ick zoude uw wic aen 't voorhoofc kunnen gilTen. 
Luc Ghy die den duiflren gronc van Godcs geheimeniifen 
Door 'cliche van uw vernufc oncdeckc , en openbacrc, 
Verlichcmemeruwkomft. Gab. wacis 'cdacu bezw'aerc: 
Luc: Hec raecfloc en befluie der Godcheic , die de waerde 
Des hemels lager fchac dan 'e elemene der aerde . 
DenhemeJ onderdruckc-, hecaercrijckuiceen'poel 
Door alle ftarren voere ; hec menfehdom op den ftocl 
Der Englen zee ^ beroofc hun c Rechc der eerfte gaven ; 
Gebieczeom 's menfehen nucre zweecen ,en ce Haven. 
Hec Geeftendom , gewijc coc ampcenaers van 'c hof 
Des hemels , zal voorcaen een' aerrworm , uic hec ftof 
Gckropen , en gegroeic , een dienft ftaen , op hem palTen , 
En , in gcral en ftaet , ons over 'c hoofc zien walTen ? 
Waer roe vernedercons d oneindige Gena 
Zoo vroegh ? wat Engel pafte op zijnen dienft ce fpa ? 
En hoc waer "c mooghliick d;ic de Godcheic zich zou mengclen 
Met menfehen f de nacuur der uitgekorene Engelen 
Voorbyflaen , en zijn'aercen wezen ftorcenin 
Eenlich.iem? d'eeuvvitiheic verknoopen aen 'c begin? 
Hec hooghfleaen 'eallerlaeghft ?den Schepperaen 't^efchapen ? 
Wie kan uic die belluic den zin ce zamen rapen? 
2-al 't eeuwighfchijncnd lichc nu fchuil gaen in den naclu 
Der weerelc ? zuilen w v , Scadchouders van Godcs maght , 
Voor dit geleencgezagh , ecn wulpfch vermogen , knielen ? 
Oncelbrelichaemloozeengodrgelijckezielen 

Zien 



r f 










4 









h 












16 



U C I F E R. 
Zien bui^en voor een grof en zackende element , 
D er Godt zij n majefteic en wezen innepren > 

u r.Xn ziio tecrofom ditgeheim te vatten. 
Onivou ons , magh het zijn , die donckere gefchil , 



U 

Gab. 



icuwgezegeltboeck: ontvouons shemels wil 
Zoo ve-el'c jreoorloft zy ce melden utt Godts I 




bladen. 
V^WeceTkmaTdjt niec vordren , zomcij.es fchaden. 
De HooRhftc ontdeckt ons Heches war hy geraden vine 
1 let al te ftercke licht fchijnt Serahjnen bhnt. 
Dezuivre Wijsheit wou ten deel' haet' wilbezegelen , 
Ten deele ontlluiten. zich te fchicken en ce regelen 
Naer heur creftelde wet , dat voeght den onderzaec , 
Die aen zijn meefters lad en wil gebonden ftaec. 
De reden en hec wic waerom wy namaels wachcen , 
Na'et overleven van een tafel erfgeilachcen , 
Den Heer, die , Godc en raenfcli geworden in der cijc , 
Den fcepter voeren zai , en breet en overwijc 
De ftarren , aerde , en zee , en al wac leefc rcgeeren , 
Verberght de hemel u : de tijt wil d'oirzaeck leeren. 
Geboorzaera Godts bazuin :ghy hebt zijn' wil gehoort. 
Luc. Zoo zal een vreemdeling , een worm , hec liooghfte woorc 
Hier boven voeren , en een ingeboren zwichten 
Voor vreemde heerfchappy f de menfeh een' zetel (Uchten , 
Zoo verreboven Godt? Gab. genoegh u mecuw loc, 
Enftaetenwaerdigheit,utoegelcit van Godc. 
Hy hief u in den top van alle Hierarchy en : 
Doch niet om iemants glans en opgang te benyen. 
Dewederfpanninheitverplethaerhoolten kroon , 
lndienze wederftreef' des Opperflen geboon. 
Uw aenzien fchept zijn licht alleen uit Godts vermogen. 
Luc. lckhebtot noch mijn kroon voorGodt alleen gebogen. 
Gab. Zoo buighze oock voor 't befluicder G odtheit, die het al 
Wat wezen heeft uit niet , of namaels wezen zal , 

BeftW 



TREURSPEL. 
BeTliert coc zeker eindc , hoewel wy 't niec befeflen. 

Luc. Den menfeh in 't heiligh licht dec Godchejc ce verheflen , 
Den menfeh , zoohoogh met Godt veigodlijckt in zijn' croon , 
Te zien hec wieroockvac coezwaeien , op den toon 
Vanduizentduizenden eenftemmige kooralen ; 
Verdooft de majefteic en diamante flralen 
Van onze morgenftar, die ftraelt nulanger niet; 
En 's hemels b yfchap flaet aen 'tquijnen van verdriet. 

'Gab. De zaligheit heflaet in een geruft genoegen , 

In 't fremmen met Godts wil, en zich naer hem te voegen, 

Luc. De majefteit van Godt en Godtheic wort verkleenr , 
lndienze haer natuur met 'smenfehen bloet vereent, 
Vereenight , en verbint. wy Geellen grenzen nader 
Aen Godt , en zijn natuur .alszoons van eenen Vader 
Geteelt, en hem gelijck, indien 't geoorloft is 
Te ftelJen tegens een dees ongelijckenis 
Van een oneindigheit en *t eindigh ; de bepaelde 
Byd'onbcpaeldemaght. indien dezon verdwaelde 
Uit hare ftr-eeckc , en zich bekleede met een' fenoock , 
Om aldcnaerdtkloot toe te lichten, uiceen' roock, 
En z warren damp ; hoe zou de vreughc der weerelc flerven ! 
Wac zou hec aertfeh geflacht alglans en leven derven ! 
Dezon al majefteicsontbeeren, in haer' loop ! 
Ick zaegh den hemel blinc, deflarrcn overhoop, 
Wanorden orden en gefchicktheii overrompclen , 

Indien de bron van t licht haer klaerheit quaem te dompelen 
In 'c graf van een moerafch. verfchoomne , 6 Gabriel , 
Indien ick uw bazuin , de wet van t hoogh bevel , 
Eenluttel wederflreve, offcliijnte wederftreven. 
Wyyvcenvoor Godts eere: om Godt zijn Recht tegeven, 
Verftout ick my > en dwael dus verre buiten *t fpooc 
Vanmijn gehoorzacmheit. Gab. ghy yvert krachtigh voor 
Dcglori van Godcs naem i doch zondert'ovecwegen 
Dat Godt het punt , wacrin zijn hoogheit is gelegen , 

C Veel 



r 7 













LUCIFER. 

Vcel beter ken: dar.xy: sQae: xw ooderxoedL 

D-mt rodtzal - .cheim: sbueck, 

Jtezcreai.:. ^- cfluiren 

Kolonecta^ :,«aerziet<iefchocSTanbiiiten 

Danz^lme' aixzxckitn .oereden, den traerom 

Vanzimferl ihecn. 'heitighdom 

T _ ^roengsen. ouvoezhtbeionsteduicken- 

trd< ;.:..:: ±.-.? zzsr. :. _ ?r~ . i 

Met aaackbaerhek.coi.zatoeke;»~ siooaei ichr 

Dl lading^e- ^eiijekdezondeonacht. 

N j leeren ify all. :> GodcvrRsbenregtaftippeD . 

I . _ -eobel oomt zyopenbaertbv trapper* 

H fl Mppe -jenbepeerc 

Da: :,C P- -^i zich coder baerverne; re. 

r- 3 £ dcboofo.n£.enbanniaefdeerf*eo~.>\vecren: 

kkga,daetGodmyzent Uc xr.cn zalVrfc hei pop lenea. 

IT -■ : ^ d r hoorT,K » <Jk P* a kk«opdraeic, 
J_y Gahad S h a7 »i n200ll ^ 5be€ftait ^ r . 

o.oockfchcrplrenoeeh, ten; 
•sdevkueeisiwiicken. 



• 




«.*■ 



riom- 




^Jen 

^Geim «W^««nl«nV nvooczieo. 



TehcFrT** ^^opeentezetren. ? 

Door aUc kriitfeheL heemieo crans - 

DcrheemieaoeoK 
Den 

1 ^^ ;^~£' 






ken, 
cken 
own fteua . «, vowfehabel 



— ■-««.--Tss:sssr*- dB 




Tlr.EURSFE'L 

Z :e:c-;ons\erzer,aivMt: : Vekfceerze^f- 

Taeerwe zwicLreu , zal die bemelichbheneewe.:". 
Zootrors.zoovmlgeboBe.mecz - z c rrochce bogeo 
Te becften fpringen ■ e r . verfhurcn voor onze oogen^ 
t G erabraecki aeitriick zieo alseen vraafchapen romp ; 
D:c wondedrck Heelal in zijaeo mengelklomp . 
En wilde wocftheit veer renararren , en verkeeren . 
Laet zieo wie Lucifer don trod en , en braveeren. 
YfndaseApollion. t z hiertreethy vocrden dagfa 

•_ fp&m. La fer. B. +9*. 

OS:;. : ..nGc or. _ zagh. 

C ., incenKaerccionoerdancGocen. 
IckofTerum die , enwacbropini : boden 
V : vi- - daen 1 

Lmc. He zine uen: 

O ?ng- ^hug0f:uck,caizaime niecrr 
He: tlagh vc c : uir te rucken : 

Op dat oos roelegb nie: op zi errnogen (hue*. 
H f Yoerr met 7 j oeo arm zoc c rake. 5 - 1 , 
Al5oitdcGo<:: - :heeft met hare bant gee rev en 
Ineeirwighdiamant: caer vrort de menk :-heren 
In ropder r.emeien, doorallekrc noeen, 
r - ziethetEngelsdomzooCiepjZOolaegn. 
Z " voerca; ■ .inftotVaf: grioimelen • orroen 
H -ne r -•; e.Vrmen, 

Lnoptez >y da: c pzet . ~. « 

Al:et5ens\i-atm;'nflaet,e : , en kroon vermagh. 

ApL I en lorleljjck bei":aen : dat owe kroon vermeere . 
tnae ' op dieo voet. ickreken r ::: ■:.-: 
Te raden . or.icr u . tot zulck een brave daet. 
Het zy die recht en orel , ofareH us beflaet , 
Dewilisp ilijck, ai wc eigec;. to 

Maer om aiec reuckeloos noch radeloos te ftryeo , 

C 1 



«5 




Hoe 



JO 









*v 




LUCIFER- 

Hoc treet men allerbeft tot zulck een Hour beftacn > 

Hoe vcilighft tegens h punt van "traetflotaengegaen?. 
Luc. Men Lime liter met lift onseigen raetflot tegen. 
Apoi. Daczeggenbeeftwadn. gcJeende maght te wegen 

In eene zelve fchael met d'Almaght ; haer gewicht 

Weeght over, wacht uw kroon : w y vallen veel te lichc. 
Belz Zoo lichc niet , of de kans zal eerfl in twijfel hangen. 
Apol. \'m\ uien , of hoe , ol waei dien aenfla^h aengevangen ? 

Het overpeinzenquctftalree Godts majefteic. 
Luc. Men hou haet ongequetfl , en ftappe met beleic 

Diefleilefteihen op, en noitgebaenderotfen. 

beleic en moedt verwint, endurfnevaren trotfen. 
Apol Geen Almaghc , noch haer kroon .- men koomze niet te 

Ten zy men leeren wil met n.ihcrou te fpa. 

De minder moctgedweevoor zijncn meerder wijeken. 
Luc. Laec d'Almaght ruflen: zetgclijckheit en gelijckeri 
Te zamen. lacteenszien wiens wapen zwaerder weegh'. 

lck zie ons vyanden gcvkiclu , den hemel leenh 
Meceencnflingerflagh. ons huren-overladen 
Van heerelijcken roof: dan wyderzich beraden 
Apol Ghy ueetwat Michael, Godts Veltheer,al vcrmaak • 

Godtsregemenrennaenverplichtaenzijngezatrh. b ' 
Hy dracghc den 1 leutel van her wapenhufc , tier Wen 

De wacht .s hem betrout. h v houdc opalle hoven 
VaaX 1 V ' ik »r n M °° gh : Z0 ° dat "« "^™ A« 

^ h . Ord l Cn, ^ mdt0 ^^tzijn ue li t verrocrcn. 



na, 



V»mS S % ° rby : e , nnci l ,tC<:n '«ngcnft a crt. 
^n tegenl h m X ei en d.'o g ' ST ^""^ 



Het vreesde lift ™ , , J ', ,1Mnt P 00 "onen f 



E> 



ick 



TREURSPEL. 

Ick zie de morgenftar op onzen hoogen ftandcrt 
Braveeren , 'S'hcmelsftaecen heerfchappy verandert. 
Apot. DeVelcheer Michael voerc, mini zoo trots en fier, 
Godts wonderlijckenNaem in 't velt van zijn banier , 
Dezonin top. Luc. wac bacccennaem mec lichc gefchreven? 
Een heklenfluck , als die, wort geenfins doorgedreven 
Meccittelen , enpracht, rnaer dapperheit , en moedt, 
En trecken, van vernuftenloosheit uitgebroet. 
Ghy zij teen meefter, tuckom Geeftcnin teluien , 
Terygen aen uwfnocr , te le.den , op te ruien. 

Ghy kunrbedcrven zclfsdc vroomflen van de wacht j 
En leeren weifeien wat noit op weiflen dacht. 
Begin , wy zien Godts heir gereten aen twee deelen ; 
De hoofden en de lc£n aen 't woeden , en krakeelen j 
De meeflc maght alrcegeblintdoeckt , en verdooft , 
En O verflen en elck vaft roepen om een hoofc. 
Indienghe een vierdedeeloponzezy kunt trooncn , 
Men zal uw kloeck beleic met eere en ampten -kroonefi. 
Gahene, en overlcgh ditftuck met Belial : 
Hetmoet 'erduifterzijn \ dacrhy verdolen zal. 
Zijn troni , gladt verniftvan vciuzenenbedriegen, 
ln'tmommcn niemant kent, diehaervoorby kan vliegen, 
Ick ftijgh te wagen : legh het over met u twee. 
De HoTraet isvergaert , en wacht ons komfl alree. 
Men zal ,zoo cfraghy komt ,u beidebinnen roepen. 

Hecr O verfte , bevraeck de hofpoort met uw rroepen. 

Belial, Apoliion* 

GOJts Stedehoudcr dient zich van ons beide om lioogh. 
ApoL Wyvliegen tegelijck, als pijlen van zijn boogh : 
Belt. En doelen op een wit doch hachelijck te raken. 
ApoL Sea va(] , de hemel wil van dozen aenflagh kraken. 
Btli. Laetkrakenal wat wil: het moet er nuopftaen. 
Apol. Hoe grijpen wy die (luck met kans en voordeel aen ? 

C 3 a Btlu 

















1* 

Belt. Dewapens 



LUCIFER. 

dicnen ons : men moet van 't heir beginnen. 



oemt. 



Apol. Zooeeefhecdaneen'naem; laec hooren hoe ghy t noei 
Ben. Men hanthaef 'c Engelsdom , zijn hantveft , eer , en ftaren , 

' En kieze een hooft , waer op zich ieder magh verlacen. 
^Apol Dae hebtghe cechc gevat : ick wenfeh geen fchooner ft of, 
Nocb zaet cot muitery , om burgery en hof 
Te fchennen tegens een , en fcharen tegens fcharen : 
Wane ieder is gezint zijn' ftaet en eer te waren, 
En wettigheit , waer toedAlmogentheit hem riep , 
Eer zy de menfehen vormde , en zoo veel fpader fchiep. 
Het hemellche palais is ons tot erf gegeven. 
Den Gceften , die dus hocgh op hunne vleugels zweven , 
En , vry vanlichamen.nietzacken naeromlaegh, 
Part becer die geweft dan 't aertfeh geflacht , te traegh 
Om tegenszijn natuurte kiezen dezebogen. 
Hier vail de dagh tc fterck , te krachtigh , en hun oogen 
V'erdragen geenfins 't licht , ons vroeger aengewent. 
De menfeh beware dan zijn eigen element , 
Als andre dieren ■ by genoegh' zich met de palen 
Vanzijnenrijckenhof. hecrijzenenhet dalen 
Van zon en maen verdeel' de maenden , en het jaer. 
Hy neem' den ronden loop der heldre barren waer. 

Hy nuttige zijn oofc , en al den geur der kruiden , 
En keer- zich ooft , en weft , ten noorden , en ten zuiden. 
Datzyz.jntntverdrijf: enwatbehoeft hy meet? 
Wy kennennimmerhier een'aertfchen opperheer. 
Zoonu-t ick. kuntghe help dien zin beknopter uiten. 

aL V " u enfC , U i y*«+l»* ten hemel *« te ftuiten 
C?1 e : nC k e ; aU v eEn 6 ele " t ^vo Q derwelin'to , 

Door negen Order* heene , en ^ Hierarchy en * 

Bel, Zoo zal men allerbeft verfufte traecheit III 



traegheitmyen. 




On> 



TREURSPEL. . ^ 

Ons heil en uitkomft hangt aen ihelheic , en aen fpoet. 

Apol. Niet min aen kloeck beleit , en dapperheit , en mocdt. 

Belt. Die zal , door toevaJ van ontelbre vanen , groejen. 

Apol. Zy morren vaft : men moet hier heimlijck onder roejen , 
Zich mengen in dien hoop , en voeden hun beklagh. 

Belt. Dan diende Belzebub,eenVorft vangroocgezagh, 
Zijn wapen aen hun klaght en wettigheit te hangen. 

Apol Niet plotning,maerallengs, en als door zijdegangen. 
Beli. DeStedehouder met zijn tegenwoordigheic 
Biezelfde flcrckehantaenzulckeen trots beleit. 
Apol. Wy zullen in den Raet zijn' zin en voorftel hooren ; 
Hy veinze voor een poos , en geve in 'c endt de fporen 
Aen 't opgeruide heir, verlegenom een hooft. 
Belt. Aen 't hooft hangt aldezaeck. hoe veel ghy hun beioofr, 

Zy zullen zonder hooft dien optoght niet beginnen. 
Apol, Wat rce gewonnen is , behoeft men niet te winnen. 
Wiemeeftgequetft wort in zijn heerlijckheit, en ftaet, 
Dien gelt het eerft 3 die frapp' vooraen , en Ha de maec 
Inzooveelduizenden. Be//. Debillijckheitenreden 
Vereeren hem decs kroon : doch eerwe dieper treden , 
Zoo laet ons al 't gevaer eerft wegen , niers beftaen , 
Ofal de Hofraet fteeck' hier zelf zijn zegel aen. 

Re y van Enge/en. 

Zang. 

HOezien dehoftelijckegevels 
Zoo root ? hoe ftraelt hec heiligh licht 
Zoo root op ons cczichr , 
Door wolefcen en bedroetde nevels ? 
Wat damp , wat mift betreckt 
Datzuivcr, noitbevleckt, 

En lourere (affier \ 

Die vlam , dien glans > dat vier 

Van 






H 



L 














LUCIFER. 

Van 'c heldere Alvermogen ? 

Hoe fchij nt ons nu de diepe gloet 

Der G odtheit toe , zoo z watt als bloet ? 
Die flus zoo klaer alle oogen 

Verheughde > wie begrijpt , wie kent 
Deze oirzaeck , onder d Engelsdommen , 

Die ,boven Adams element , 
Noch flus op galm van keelen zwommen ; 

Op lucht van Geeften , in den glans , 

Die calery , en tin , en trans , 
Gewelr van koor enhof vergulde, 
En met ee. n ziel van vrcughc vervulde , 

A I vvat hier boven leeft, en zweeft ? 

Wie is'er , die ons reden geeft ? 

Tegenzang. 

Toen \vy , op Gabriels bazuinen , 
Ontvonckten , en een nieuwe wijs 
Aenhieven , Godt ten prijs ; 
De roozegaerden , en dc tuinen 
Van 'chemelfch paradijs , 
Door zulck een" dau en fpijs 
Van lofcnzangverblijt, 
Ontloken- fcheendeNijc 
Van onder in tefluipen. 

Een groot getal der Geeften from , 
En bleeck en dootfeh , ging , drom by drom , 
Misnoegendhencdruipen. 

De winckbraeu hing verflenn op 't ooeh . 

Hetghddevoorhooftzetteeen rimpel 
De hemelduiven , hier om hooeh , 

Onnozeleerft,oprecht, e nfimpel, 

Aen 't zuchten floegen , zoo net fcheuw 

AlsofdehemelvieUckleen 



Vooi 



TREURSPEL. 

Voor haer , toen Adam wiert verkoren , 
En zulck een kroon den menfeh befchoren. 
Dees fmet ontflelt her, oogh van *t Licht. 
Z'ontfleeckt die vlam in Godts gezichc. 
VVy willen ons uit liefde in 't midden van hun mengen , 
En deze oploopentheic weer tot bedaren bren^en. 

HET DERDE BEDRYF. 

Luiciferiflen. Rey. 

HOe kan men in zyn waen zoo vroegh bedrogen worden ! 
Hoe is 't alree verkeert ! \vy ichatten niemants Orden 
Geluckiger dan d'onze , in die opgaende Ryck , 
Ja achtten onzen Scaet den Opperften gelyck , 
En onveranderlyck , en boven "t aertfeh gezegent $ 
Wanneer ons Gabriel met Godts bazuin bejegent , 
En uit degoude poort verbaeft met ditgebodt, 
Hot welckai 't Engelsdom verfleeckt van 'thooghftelot, 
Hun uit den vollen fchoot der Godtheit eerft geichoncken. 
Daer leggen \vy telaegh , en zien de fchoone voncken 
Enftralen van onzceerecnheerlyckheitgebluft, 
De ganfche Hierarchy des hemels ongeruft , 
Den menfeh , in top van flaet en maghc , zoo trots verheven , 
Dat \vy , als flaven , voor zyn heerfchappye beven. 
O onverwachte flagh , en flaetverwilTeling .' 
Och trcurgenooren , zet u hier in eenen ring 
In'tronde: zet u hier tezamen ; helpt ons treuren , 
En zuchten : het is eye ons feeftgewaet te fcheuren , 
Te kJagen : niemant kan ten mi n fie ons dit verbid n. 
De blyfchap fmilt , en zal nu d'eerfle droef licit zien. 
Helaes, helaes., helaes , gebroeders, hemelreien , 
Leghtafuw hooftcicraet : verandertuw lievreien , 
En vrolyckhcit in rou -. flaet necr u\v aengezichr. 

ZoecktfcJmduwen.als wv. dedroef heir fchuwt net licht. 

D Een 



25- 



i6 



L U G 1 F E R- 






>>_ 





EeniedervolgeonsAem.eiibaogejammerfclaghceffi 

Verdrinckr ir i jammer : zinckc in tiroes ige gedachten. 
Hec klagen helper enzetde droef licit oock van 'chare 
Nu fchepc id kermen lull : her ku men heelc de fmarc. 

Nu roepr uit eenep moiu , en \ olleght ons misbaren. 
Hetaes , helaes , helaes , waer is ons heil gevaren 1 

Rey. Watsveeklaghthoort men hier? onaengenamen toon , 
Dehemel vft bier af. dees lucht is niet gesvoon 
Te hooren een muzyck van druck op nocen galmcn 
Door 'c juicbende gesvelf. triomfen , kranfen , palmen , 
En barpen pafTen ons , en fnaren war svil die ? 
Wie orhierhaogendsfioofts in een gekrompen zic , 
\'erlaren . en bedruckr , en zonder noot belaJen ? 
Wiegeeft bun treurens dot"? wie kan dees oirzaeck raden • 
Myn Reigenooien , volgbt : 't is noodigb dat men s raegh" 
Naei d'oirzaeck van hun leet , en deze donckre vlaenh 
Van droef beic , die den glans van onze pracbl ontluifterc. 
Her liclu van \ eeuwigh feed benes ek , en verduiflerr, 
De heme) is een hof van sveelde en vreugbt en vree. 
Hier ncllclc aen dicdack nocb rou , nocb hartess ee 
MynReigenopteo \ plght , en rrooftze in bun bezwaren ■ 

Lm. Helaes , helaes , helaes , waer is on, heil pesaren • 

Ra. Geriooten s an ons heil e n bk fdup , breeders , Hot I 

O nvan^l,cbr,hoedusbedroef C te m o e > 
VV u ku aof aldus tejammeren , te treurcn > 

^; l ^°r?^ ,0 ? (ttCnl --loptebeuren, 






Gecn 



TREURSPEL. 2 

GeenMagbten,Troonen-nocbgeenbeerfcbendIb*meh '.. m. 
Ghy kropt u\v droef beit in , en zit verfuft , en Horn. 

Laetbooren svatudeert:ontdeckt hetuwgtfpcdcn. 
Onrdcckt u\v bartquetzuur , dat \vy die mogen heelen. 
Ltii Ocbbroeders, vraegbtgbe nocb metcrrenflsv.it onsle 
Gby hoort, zoowel als wy , svac Gabriel trompet: 
Hoe svy , door 't nieusv bevel , van onzen ftaet vers ieJen 
In eene flaverny der aerde , en zoo veel zielen 
Als uit een luttel bloetsen zaets te fpruiten flaen. 
War is by ons alree mishandeJc , of misdaen , 
DatGodteen svaterbel, vol whiten lucbtgeblazeo . 
Verheft om d'Engclen , zyn zonen , te vcrbazen : 
Een baflerdy verheft , gevormt uit klay , en ftof ? 
Wy waren pas gewvt tot pylers van zyn hof, 
Bckleedden onzen plicht,als trouwe ryxgenooten , 
En svorden op een' fprong gebannen , en geftoocen 
Uit deze svaerdigbeit , verdruckt te flreng , en ftraf. 
De hantveft en het Recht , dat ons de Godcheirgaf, 
Wort ingetroc ken , en , in ftede van regeeren 
MetGodt, enonderGodt, zal Adam triomfeeren , 
En heerJchen , in zyn bloet en af komft , onbepaelt. 
DczonderGeeftenis te plotfelinggedaelr. 

Ochlotgenooten, volgbt ons droef heit, en misbann. 
Helaes , helaes , helaes , waer is ons heil gevaren ! 

Rey. Onflelrgheuomdcn laftvanGodt en Gabriel ? 

Ditichynteen razerny. wie durf het boogh bevel 

Berifpen > wie verwaentde Godtheic wederftreven ? 

Wyzyngchouden Godt zyn Recht en eertc geven , 
Tcruflen inzynwet. wie treethier in gefchil 
Met Godtsalmogentheit ? zyn wenck , en svoort , en wil 
Verftreckc ons eene wet , en rnaet , en vatic rcgel. 

Wietegenrpreeckt^iebreecktdesAllerhooghaenzerTcl. 
Oehoorzaemheit behaeght den Hecrfcher in die Ryck 
Veel meer dan wieroockgeur , en goddelyck muzyck. 

D 2 ' Ghy 













L v 





:5 L V C 1 F I R. 

Ghy zyt Toch , wecfc zoo crocs en hoogh niec in uw wapen , ] 
Tot onderdanigheic . cocheerfchen min , gefchapen. 
Och medebroeders , ftaeckc die kermen , en geklagh , 
Enbuighcuondcr'cjuckvan'ceenighhootcgezacrh. 

Lui. Zeghcliever; onder'ejuck vangrimmclende mieren. 

R { v. W'anneer bet hem behaegh'moet ghy u laccn ftieren. 

Lui. Wat hebben wy verbeurr ? geeft reden , en befcheic. 

R. ■,. Verbeurt? ghyquetft Godcs kroon dooronaeduldi^heit. 

Lui. Wy klagen van verdriec, en enckel ongenoegen. 

Rey. In lie flan uvven wil geruft naer Godc ce voegen. 

Lui. Wy flcunen op hec Reche , ons wenigh coeoefraen. 

Rey. Uw RechtenhantveftblyPdeGodtheitonderdaen. 

Lui, Hoekande meerder voor een minder zich verneeren? 

Rey. Die zich gelaccn (tell. Godcdienen is regeeren. 

Lui. Gewilligi,zoo demenfehregeeredaer benecn. 

Rey. He menfeh leefc mec zyn loc vernocghc , al is hec kleen. 

Lui. Den menfeh isboveo oat een hooger loc befchoren. 

Rey. Namenigeeeuwenworczvnopgangeerft^eboren. 

Lui. Eeneeuwbeneden is om hoogh een oo^enblick. 

Re?. Hecgazoo'cwil.zoo'cmoeczood'Oppermaghcdicfchick'. 

Lui. Men had ons nutter dees eeheimenis gezweoen- 

Rey. De Godcheicopenbaerthaer hare, cot ugenegen 

L,u. Noch milder toe den menfeh: zy zee hem bovenaen : 

Rey. V erknochc mec Codes natuurj een wonderlyckbeilaen. 
L,u Och En^d Godtzich ^ wma , 

Lu)' Ho W° P fn WghC ;? fchickt ' dat wort ™ ^ht geprezen 
Rey teffiT S | menfchtn P cil ^^ezoohoo C hgemerckc> 

t. Hoe' I: te^^^^^nwe^kt. 



TREURSPEL. 

* 

^ApoUion. Belial. Rey. 



*9 



ZY mompelen alree ? ghy hoorceen' flrvr van tongen. 
Be!/. Warfcha en rreurcn hier, gedompelcin denrou, 
De lluiers om deborft ,en lenclen r niemanczou 
Degrypcn dac men dus , in 'c midden vin de Gceflcn , 
Op 'c eeuwige banckec , en d'endelooze feeflen , 
Ron creuren , zaegh men niecdicjammerlvck gecai 
Verflenfen van verdriec war ramp, war onoeval 
Oncftelcze? Broeders. hoe ? war's d'oirzaeck van die kermen? 
Beledighciemancu ? men zal uwRechcbefchermen. 
War deerc de Broeders ? fpreecke : laec hooren wat 11 deerc. 

Rev. Z\ klagen dacdeflaecder menfehen criomfeert, 
Door Gabriels bazuin , en opfcygheboven d'Engelen: 
Dac Godczvn wezen wil mec Adams wezen flrengelen- 
Dc Geeflen onderworpc hec menfchelyck gebiec. 
Daer hoorcghy korc en klaerden gront van hun verdriet. 

Apol. 'Loo grooc een ongelyck vale lafh'gh ce gedoogen. 

Belt. Hec overerefc bykans ons krachcen , en vermo^en. 

Rey. Wy bidden darghy cochdien cwift mec ons beflecht. 

Apol. Wat raec ? hoe pair men hen ? zy fleunen op hnn Rechr. 

Rey. WatRechc? die wet ten geefc vcrmagh de weccebreken. 

Apol. Hoe kan Rechtvaerdigheiceen onrechcoordeel fpreken? 

Rey. Bcftraf Godcs oordeel eens,en fchryfhem weccen voor. 

Belt. De vader leer' hec kinc hem volgen op zyn fpoor. 

Rey. Zyn fpoor re volgen is hec zclve als hy ce willen. 

Apol. Verandring van Godrs wil veroirzaeckcdeesgefchillen. 

Rey. Hy zee den eenen van , den andren op den troon. 
De minder waerrfte w vck' voor eenen waerder zoon. 



Lui. Hoe wilde menfeh de krnnnrl* c 1 ,cuxvercKC - De minder waertftewvck* voorcenen waerderzoon. 

Rey. AUe Englen zuUen God : in r M R verdooven ! Belt. Gclyckheir van gena de Godeheic bed zou Baffin. 

Ltu. ZyzuUennyckenftofacnbidHpn- 6 ? Z1 f i enl( ? ven - Nu durf de dufflernis hec hemelfchlichconewaHen. 

Rev. RpwiPr^.i' o. , uwcnDl<ld enjnhctftof? rvi,;,,,^, 1- 1..1 „_ ,„if„ j„_ j._l 



icroocicen, van hooger banc gedwongen? 

^Apol' 



Dc kinders van den nacht braveeren zelfs den dagh. 
Rey. Wat adem haelc , mec recjic den Schepper dancken magh 

D 3 



Die 














LUCIFER. 

Dieelckzvn wezen gaf, en mrndreen meerder waerde. 
YVanneer het hem belieft . zal 't element der aerde 
Yer.inderen in luchc . ot water , ol in vier ; 

De Iiemel zelfto aerde ; een Engel in een ; ier } 

Een menfeh in Engleichyn , ofonbegrepen wonder. 

Een m.iohc regeetc hen al , en keert bet bovenfte onder. 

Wat J allcrminfte ontfangt is lourere gena. 

Hier gelt gcen willekeur. hier komc \ ernuft te fpa. 

Ind ongclyckheitis Godts heerlyckheicgelegen. 

^oo zienwe tegens \ liclicft bee zwaerfte zwaerder wegen. 

Dus fteeckt het lehoonder at op 't fchoon j de kleur op kleur ; 

Dediamantfleen opturkoUblaeu ,• geuropgeur$ 

Hetfterckeopflauwer lichtjg orient tegens flarren. 

Oils ("chicken is den Staet van ditHeelalvervvarren, 

MisfchickenalwatGpdcgefchicktheefL.enbeleiCi 
Ln wat het fchepfel fchickt , dat is wanfehapenheit , 
ln'callerminftelidt. rrienftaeck' ditmurmureeren. 
De Godtheit kan den ftaec \\\n 't Engelsdom ontbeeren. 
Zy is met niemants dienft beholpen. eeuwigh ryck , 
En heerelyck , behoefc zy wieroock , nocb muzyck ,' 

Nocligeur f haercoegczwacic,nochlof,haertoe R ezoncen. 

Ondanckbre Gccften , zwyghr. : betoomt uw fnoode toneen. 

Ghy u-eet Godts reden niet-.genoeeht u met u lot 

EnonderworptuGodtsen Gabrichgebodt 
Apo Isdandeftaetcn'tlocdcrGceften onbcftendi R h> 
/?„ n T" RllbUeri ? h • 7 -°° *ya« ^Jreede elendbh." 
Rer Orndateenm.nderzalreceercninditRyck? g 

\\ yblyveadiewezyn : gefcW ons ongelyck > 

Fn W T dC Mefte aetl Godc » hun' Ms*L en vader 



TREURSPEL 



De 






Debaeght den Vader, die bet al in ordenichiep 
Beli Zy houden d'orden , daer de heme] ben toe riep ■, 

Maer kunnen traegh \erllaen des m nlchcn flaer'teworden. 
Rey. Dat s ongehoorzaemheit -. zoo fpattenze uit bun Orden. 
Ghy ziet boe "t hemellch heir , geharrenaft in 'r gout . 
Enin'tgelidtgeftelt, zyn beurten Ichiltw acluhoudt; 
Hoe deze liar gedaelt, en gene, in top daerboven, 
De klaerfte een minder klaire in luider kan verdooven ; 
Hoe d'eene een kleiner ronde , en d'andre een grooterVchn I c - 
Delaeghrte bemel fne] (1 , dehooghftelangfaemdrvn- 
En evenweJ verneemtgbe , in deze oncflenheden ' 
Van ampten , lichc , en kreits , en llant , en trant, en rreden T 
Gccn tweedraght, nyt, nocb rtryt: des Albertierdersilem 
Geleit die njaetgezann , dat luiflcrt fcherp naer hem. 
Beli \ Geflarrcnt blyftin ftaet . daer Godchec in won fcheppen* 
Behaegbde 't hem den St let der Lnglcn niec te reppen , 
Zy weken geen gertarnte , in cendr.i^ht , nocb in pais , 
Nocb fteurden mecgeklagh deruft win ditpalais. 
Hey. Zie toe , en wacht u w el deze ongenoeghr te ftyven. 
Apat. Wy wenfeben dat dees lucbt en wolck magb overdry ven , 
Urzeuitbertte,en'tge\veftdcshemelszettein vier. 
^ygroeieningetal. wiefiiltze: wiekonu hier > 

Lmciferifien, Bel^ebuh. Rey. 

HEIacs , hclacs- , helaes . waer is ons beil ge\ aren ? 
Belz. 'c Gaec wel : vvy eroeien aen : onzeEngelen vergaren, 
En fteken, vol misbaer , dehooftfen vaftbyeen. 
Wat port u Englcburgh met kermen en gefteen 
T'oncruften > kan dc^bloem der zaligheic verflenfen ? 
GeruH bezittenal waceenigh GeeQkan wenfeben 
Van Godt , den zcgenaer , vernocght u d.it nocb nict I 
>Coo ftaetghe u zelfs in 't licht, en koeflert een vcrdnet , 

\\ acr van lc k doirzaeck nocb befefTen kan , nocb raden 
Houdt op van kermeq : fcheurt velttckens , en gewaden 

Niec 



Si 



1 






I 











J 



p 



I u 



C 1 F E R. 

laerheldertuwgezichc, 



TREURSPEL. 



Klet lander , zonder refill , maer hewerc uw gt .- , 
E oorhoofc meteen' rtrael , 6 kinder* , va nk bcht ! 
Dc fchl kcel,n,die metzangde Godche.c dancken 
Z en om - en belgen 't zich , cm dat ghy valiche klancken 
Enbaaemoonen men ? t,mtgoddelyck muzyck. 
Uw biccr* weeklaght (tenet de maec van t hemelryck. 
'r Gcwellef huile una derougalm, in den hoogen 
Geftegen , role al voort , v.m d'eene in d andre bogen : 
En zonder misdaet wort, door zulckecn outline , 
De wasdom van Godts naem en glori niec geftuic. 
Lm. Hccr Overlie, op wienswenck onrelbre keurebenden 
Zich wapenen . ghy komt van paso-m onze elenden 
Te z alven , en den Inuecenonverdienden hoon 
Te chutcendoormv maj»hc zal Gabriel dekroon 
Der heiligc Engelcn op *t hoofc van Adam zeccen , 
Door Adams erfgenaem G odes eerftelingen pletcen ? 
W'y waren nutrer niec gefchapen , eer de zon 
Te vvacxen (leegh , en licht den hemelgeven kon. 
De Godtheir koos vergeefsde Geeften tot rrouwanten 
Van 'c onbeweeghbre hof , indienze zich wou kanren , 
En fpicfen tegens 't Recbc der Geeften , zonder fchulc 
Tot wederflant geterght , uit nooc, en ongeduk, 
Wyjuichren , in den lof der Godtheir opgerogen , 
Aenbaden, wietoockren met fchalen , neigh den , bogen 
Onzeaengezichten neer. de hemel gaf gehoor , 
VerQingertopdendansdesgalms, van koorin koor, 
Ja fmok van voile vrcughc op tongmuzyck , en harpen 5 
Toen Gabriels bazuin zich plotfelingquam werpen 
Met dezen donderflagh in "r midden van Godts eer : 
Daer lagen \vy verbaeft , verftroit , verdruckt eer net r 
Deblyfchapgafdengeeft. de zwangrekeeknzweecn. 
De jonftgeborc (Ireeck de kroon , den ftaf , den zegen t 
En d outdezoon , onrerfrby d'Oppermajeftcit , 
Gemercktbleef voot een' rfatf. dat valt gehoomemheit , 



Godt 



Godtvruchrigheit , en liefde , en crouwe , uit Godts crezooreiu 
Ten deele , dompek haer in rouvve , oncvonckc den toren , 
Enwraeckzuclu, omdenmcnfch, uit een' gerecluen haer'. 
Te fmooren in zijn bloec , eer hy der EngJen Scaec 
Verplerre , en zy geboeic , als fnoode en arme flaven , 
Gedwongen worden naerzijn zweepen wil redraven j 
Gelijckhy daer beneen de dieren houdr in d wang. 
Heer Overfle, ghy kuncder Geeften ondergang 
■Verhinderen , en by hun hancveft hen bewaren : 
Befchutze door uw maghr : wy ftaen gereec uw fcharen , 
Uw'ftanderc, en uw heir ce yolgen : creek maer aen. 
'c Is eerlijck voor zijn eere , en kroone, en Rechc ce ftaen. 

Belz Mydecrcuwongelijck 6KoningaiJer Heeren , 
Verhoe die lievcr. geefgeen flofcoc muicineeren , 
Noch cweedraghc. geefgeen flofcoc wederfpannighcic. 
War raec ? hoe flil ick u , en d' Oppermajefteic? 

Liu. Zy qticcfl hec heiligh Rechc , aen d'£ngelen gefchoncken. 

Belz. Hec Rechc ce quecfen kan den onderzaec oncvoncken , 
Een vier oncfteken , daer de Juche at" branden zou. 
O averechefen loon van onbevleckre crou .' 
Hoe zullen wy ons befl in dees vercwijfling dragen ? 

Lui. Men troofte zich een kans , een' ftouten iprong , ce wagen. 

Belz. Waercoczich zclfsgewaeghc?men gaeen'zachcergangk. 

Lui. Hiergelc alleen gewelt , en krachc, en wraeck , en dwangk. 

Belz. Men kon , waer 'r mogelijck , een veiligh middel kiezen. 

Liu. Mecuitftel zal men hier nice winnen , maer verliezen. 

Belz. Men geef zijn ongelijck met reden ce vcrflaen. 

Liu. De reden heefc hier uic men zee onsonderaen. 

Belz Niec fmeeken moght gy bell en eerft uw' wenfeh verwerven. 

Lui. Hecfhickontdccken, is den handel glade bederven 

Belz. Men kan dien .icnflagh naeu oncveinzen voor hec licht 

Lui. Wy i»roeien maghcich aen , en flaen in evenwighe 

Belz. De kans begunftighc hun , die mcc Godcs Vckheer vechren. 

Lut. Hier ismccfufleryecnfchrickniec uiccerechcen. 

E Belz. 



13 








m 



U C I F E R. 



koraen. 
roomen. 



Eeh Wat zeit Apollion hier roe , en Belial ? 

Lut Zvrrouwenonze 7ii.de, en rterckenher getal. 

B- lz Hoe heefr men die \ erhaeft I Her is nu ver gek< 

Lui. De hemel vioeit ons roe van zeli mer voile 

Bciz Betrouc u op geen heir , vol Uchre weifehers . 

Lui Wyzienakeemeerkan^en voordeel, min gevaers. 

Belz. VVie reuckeloos begint, beroem'zich van geen voordeel. 

Lui Aen d'uickomft bangt her al, voor d'uirkomit d waelc her oor- 

Dir ganfche legereifchr u roc een opperhooir , (deel. 

Enleitsmanopdientoghi. Belz. maerwie is zooberoofr 

Yanzinnen , dac hy uw gerechrigheir verdadigh', 

En'shemelsheirkrachrrerec : ay , weeftuzelfsgenadigh. 

Verfchoonme van dien lafhick kiezegeenezy. 

Men legge mer verdragh deze ongelijckheirby. 
Rc\. Gcbrocders,geefrgehoor. houdrbovenaenmerfmeken 

By Godr , door middelaers : men wint mer tuiTchenfpreken 

Gemackelijckervelr dan door dienfteilen we^h 

Van oproer. handelr koel mer raer, en overlegli. 

Wy willen re gelijck uw Rechr om hoogh verweeren. 

Bedaeii : ghy quetft de kroon van Godr , den Heer der hecren. 
Lui. En ghy ons wetcigheit : ver ft out u hooger niet, 

HeerBelzebub , aenvaert dit weccigegebiet , 

En aet deheiren fchrap- \vv volaenu re gader. 
Belz. O y veracrs . bedenckr , bedenckr u lfever nader. 

lck wil u voortreCn naer den troon van 'r croor palais , 

En onseerechtigbeitbemiddclen doorpais 
Enondcrlingverdranh . C ewillinh , onbedwongen. 
Rn. Houdr flil -. houdr fcj : ,h y wort van MiclJl befprongen. 

^Michael. BelzeLub. Luutfertjlm. 
D'Sn^T ? dlUlS Vetneem r men hj « ^ ? 

insBelzebub,watredcn 



w 






BewecoUtn **mmwZ* rili,b ° el "bub,watred 
S n , als een hoofe van wederfpannigheden , 



Did 1 



TREURSPEL. 

"Dien oploop , zwanger van een goddeloos verraer . 
Te fly ven tegens Godr , ons alier toe verlaer 2 
Belz. Genade , 6 Michael , gewaerdighons re hooren , 
Eer ghy een vonnis velr , uit yverigen toren , 
Ter eere van Godts Naem. belaft ons mer geen fchult. 
Mich. Ickzai uw onlchulr dan aenhooren mer gedult. 
Belz. De r'zamenrorring van zoo menigh duizenr troepen , 
Gefteurt om 't hoogh gebodt , ten rijx croon uirgeroepen , 
Op Gabriels bazuin, vereifchte een tuiTchenfpraeck , 
Totfliffingvan dienbranr- vvaeroraick van hunzaeck 
En klaghren kennis koom re nemen , om her muiren , 
By alle middelen en mooghlijckheen , te ftuiren : 
Zy varen echrer voorr , al razende en ontzint 
Aen'thollen , buiren fpoor,en dringen 'rklaghtbevrinr 
Mec krachc ons op den hals. ick poogh de maght te fcheien » 
[Laec cuigen van mijn trou dees Godcgetrouwe Reien . ] 
Te raden hunne klaghr re ftorren voor Godrs floel j 
Maeryvrevruchreloos, in 'r midden van rgevvoei, 
En oproer, als een zee ten hemel toe verbolgen. 
De Veltheer tre nu voor : wv ftaen gereer te volgen , 
I ndien by middel ziet toe flechting'van r gefch.3. 

Mich. Wie durfzichregensGodtenzijnenheilgenwil 
Verzetten ? wie dus ftour den oorloghsftanderr planren , 
In 't koningkrijek van pais, indienghe door gezancen 
Wilt handelen om hoogh , rot voorftant van uw lor; 
Wy willen uwen zocn bemiddelen by Godr, 
Ofanders wachr uw hooft: dirzal u niergelucken. 

Lui. Zoudrghy met wapenen ons heiligh Rechr verdrucken : 
Zy zijn den Velrheer niet rot zulck een eindt betrout. 
Wy fteunen op ons Rechr : Rechtvaerdigheit is ftour. 

Mich. D infpannertecens Godr isallerminft rechrvaerdigh. 

Lui. \\ y die nen Godr : hy kenne on? roc zijn dienfeen waerdigh. 
De hemel blij ve maer in'ziincn eerften ftanr. 
Menftell'geeneamprenaersvan 'c hemellch Vaderlant 

E 2 Bc- 



:<r 




I 


















Te lijden : neen geeniins ; al zoude uw blixemt peer 
Doorrtoten borft aen botfl: > en dallertrouttte harten : 
Wv l.uen ons geenfms van Adams af komft tarten. 

Wch Ick wild-it clck verrrecke , op 'twencken metmijn hanft « 
Hy kant zich tegens Godc , en Godtheic , wie zich kanc 
Meioeedigh tegens ons. vertreckc naer uwe vanen. 
Dat pad foldacen 3 en gehoorzame onderebnen 
Deshemels. wacgew<.lt,watmoetwil drijft menhier ! 
Wieandersoorelooghtdan onder mijn banier , 
Beoorlooght Godc , en isecn vyanc van zijn Rijcken. 

Ltd. WieopzijnRechcftaec, hoelc voorgeen gewek te wijeken. - 
Nacurelijckisekkbeichermer van zijn Recht. 

hlich. 'k Gebiede u datghe flux de wapens nederleght;- 
Door t'zamenrotten wort uw eer en eedc gelchondem 

Liii. Natuur lieefc d'Engelen door eeiKn bant verbonden 
Elckandre by te (hen oock wort niet een alleen 
Geracckt in die gefchil 5 maer 't raeckt ons in "cgemeen. 

Mick Zoudt ghy met w.ipenen den hemel dan beroeren ? . 
Diezijnu niet betroutom tegens Godtte voeren. 
Misbrukktgheuwmaght.zoovreeddesAllerhoonUaenmaght 

Lul DeStcdehouderwortalleoogenblickvcrwaclu 
Hy is m aller yi gedauhvaert , en ontboden. 

WywiUenalopwn,cnGoden tegens Goden , 
Opzetten lieverdan van ons gcrechticheit 

J H™ mmmer T r ™ ' S h ™ els Stedehouder 

Te£ZT C v er :f heitCen ' ««»■* een-ouder. 

Twi t T? c 3 Uck ^sjongaen ^lscen 1 knecln 

Data Lngel de natuur derEngdcnbevech" 

tn tegens zijns gelijck , m Qaec , en aert , n wezen 

De wapens voere ; wort met onbefcUeic ^preze.t ' 

Mich. 



TREURSPEL. 



17 



Mich. Hardneckigeaertghyzijtgeenzonenmeervan'tlicht, 
Maer eer een baltertflagh , dat voorgeen Godrheit zwichc. 
Ghyterghtden blixemftraeJ , enonverzoenbren toren: 
Volhardcghe, vvateen ramp en val is u befchoren ! 
Ghy luiflert naer gee'n' raet , noch onderwijs : Iaet zierr 
Watd'Allerhooglilleftem onsbovenzalgebicn. 
Welaen , ick vvil dat zich d' oprechte en vrome Reien 
En fcharen daetlijck van rebelle rotten fcheien. 

Lui. Laet fcheiden al wac wil : \vy houden ons by een. 

Mich. Getrouwe Reien.volght Gods VelcheerXwAtreckc vry been. 

Belzebub. Lucifer. Luiciferijieti. 

DE Veltheer vaerc naer Godc , om over u te kJagen. 
Scheptmoedt: Vorft Lucifer .geftegen opzijn'waoen, 
Wort herwaert aen gevoert. ghy moec u kort beraen. 
Een heirkracht, zonder hooft, kan nimmermeerbeftaen. 
Wat my belangc , die lafl: vale my ce z waer ce tillen. 

Luc. De ganfehc hemel waeght en drcunc van uwgefchillen. 
De keurebenden ft aen gereten en pedeelc. 
Het oproer flaec al voorc. dehooge noot beveelc 
I lierinne ce voorzien , en onheil voor te komen. 

Lui. Heer Stedehouder, wijeken toevlughc aller vromen , 
Wy hopen nimmermeer dar ghy , ais Michael , 
Den hafs van'tEngelsdom roceene voeefchabel 
Van Adams af komfr zult verworpen , en verdoemen , 
En zulck een' fmaet en hoon vergulden , en verbloemen 
Mecfchijnvan billijckhcic, enftijven dooruw maghc 
Den opgang van den menfeh , een grofeen aertfeh geflacht. 
W'ac wieroock ichenckc hy coch den fchaers van hem gezienen? 
Waerom belafl nun ons een' fnooden worm ce dieneu, 
Tedragenopde hanc , te luiftren naerzijnftem ? 
Schiep Godc de hemelen en Englen Heches om hem j 
Wywarcn nutter noirgefchapen , nochgeworden. 
Ontfarm u , Lucifer, gedoogh niet dac onze Orden 

D 3 Zoo 





. 



I 










k i 






8 L U C 1 V E R. 

" ■/oobePbverneckrt werde.enzonderfchukverzinck', 
De mienfch , geiijck een hooft der Englen , ftrale , en blinck\ 
1 n "c ongenaeckbre licbc, waer voor de Scrahj nen , 
Albeveiidevanangft,alsfchaduwen , verdwijnen. 

I nJien ghy u verneert zoo grooc een ongeiijck , 
Totvoorftent van ons Rechc , ceflechcen indicRijck • 
Wy zweeren uwen arm eendraghcigbc'onderftucten. 

Aenvaerc dees heirbijl : help , och help ons Rechc befchutcen. 
Wy zweeren umeckracht, in voll emajefteit, 

Te zettcn op den croon , aen Adam coegeleit. 
Wv zweeren uwen armeendraghcighc'onderftutcen. 
Aenvaertdees heirbijl-. help, och help ons Rechc befchutten. 
Luc. Mijn zonen , op wier trou geen vleck van ontrou becht , 
Alw.it de Godrheicwil.en vanonseifcht isrecht. 
Ick ken geen ander Rechc ; en ftutte , als Stedebouder 

DerGodtheit,zijnbefluitenraecflocmecmijnfcbouder. 

Den fcepter , dien ick voer , ontfing mijn rechte banc 

Van zijne Almogentheit , alseen genadepanc 

En ceken van Godts gunft en liefde toe ons al len. 

Is nu zijn bare en zin op Adam juift gevallen , 

En luft het hem den menfeh , in voile heerfchappy , 

Te zetten boven aen . en boven u , en my 

Te kroonen , fchoonwc noit in onzen plichtbezweken • 

Wat raethiertoeMviewildatraetnottegenf P reken> 
lndien by Adam noch een zelve heerlijckheit , 
En d Engclfche natuur geiijck , bad coeoeleic , 
Datwaet verdraeghelijck voor alle hemdtcleen , 
Gelproten uk Godts ftam : nu mogbten zy f 3d, beleeti 



•5 mkb( . w y > olgen in m v zogb. 



T K E U R 5 P" E L. 



39 



Wy volgen , ftreef vooruic op mv gezwinde veeren. 

Wy willen fneuylen , ofzeeghafcigh triomfeeren. 

Luc. Die flrijt met onzen eedt, en Gabriels gebodc. 

Lui. DacftrijcmecGodc, en zet het Menfchdom boven Godc. 

Luc. Laet Godtzijn eer, en ftoel , en majefteicbewaren. 

Lui. Bewaer u\v' cigen floel : wy willen , als pylaren , 
U ftucten , en den S taet der Kngelen met een. 
Geen menfeh zalonzekroon , Godts kroon, metvoeten tree-n. 

Luc. Develtheer Michael, gewnpentonder'tzegenen 
Van boven , wil ons flux met al zijn heir beiegenen. 
Zijn beirkracht by u\v maght , wat is 'teen groot verfcheel ' 

Lui. Is 'c geene belle ,ghy fleipceen' ftaert van 'cderde deel 
Der G eeftcn mede , indieng le u geefc op onze zijde. 

Luc . Dan is de knns gewaeghc , ons gunft verloren by de 

Verdruckersvanuw Rechc. Lui. de moede, dtr dapperhei:, 
De boon , de fmaec , de fpijc , de wanhoop , bet beleit , 
De wracck , bet ongeiijck , niet anders te beilechten , 
En wat bier aenhange , zal ons ftijven , onder 't vechtem 

Bete. Wyhebben'c beiligb Rijckalleenin onzemaghc. 
Wat raccfloc men befluie' , de wapens geven "c krache , 
En nadruck. zoo wy Heches ons in flaghorden flellen - y 
Wac nu noch weifelr ftrax op onze zy zal bellen. 

Luc. Ick crooftme dan gewcle ce keeren mee gewelc. 

Bete. Zoo rtijgh de trappen op , 6 allerbraeffte Heir. 

Hecr Stcdchoudcr , ftijgh dien troon op, datwe u zweeren. 

Luc. Vorft Belzebub , gecuigb , en ghy , doorluchcfte Heeren , ■ 
Apollion,getuigb,getuigh, Vorft Belial, 
Datick , uit nooten dvvang , dien laiTaenvacrden zal , 
Tot voorftanr van G odts Rijck , om ons bederf ce keeren. 

Belz. Nubrcngedenflandercvoorc, dacwy den ftandere zweeren, 
Gctrouwigbeit aen Godt , en onze Morg'enftar. 

Lui Wy zweeren te geiijck by G odt , en Lucifer. 

Bete. Nu brenght het wieroockvat, ghy Godrgecrouwe febaren : 
Dewieroockt Lucifer met wieroockkandelaren . 



Wy 






En 



A 








+° 



U C I F E R. 



En fchalen.rijckvingcur. verheerlijckthemmet lichc. 
En B hns vanfeckelen. verhekhemmetgedicht, 



en , en muzijek , bazuinen , en ichalmeien 
Het voeeht on? , hem aldus met (taetfi te geleien. 



Gezan^e 



Heft op een"heldren coon, 
Tereere van zijn kroon. 
Lui Op , "eckt op , 6 ghy Luiciferiften . 

Vclgludeesvaen. 
Ruckt te hoop al uw krachten , en liflen. 

Trecktvryaen. 
Volght dezen Godc , op zijn trommel , en trarrt. 

Befchermt uw Recht , enVaderlant. 
Helpt hem Michaels heirkrachten ftuiten. 

Houdtnumoedt. 
Hclpt den hemel voor Adam nu fluicen j 

Enzijnbloet. 
Volght dezen Helt ,opzijn bazuin 3 en trom. 

Befchutde kcoon van 't Engelsdom. 
Ziet , ay ziet nu de Morgenftar blincken. 

Voor die pracht 
Zal des vyants banier haeft verzincken , 
Indennacht; 

Wy met triomfkroonenGodt Lucifer. 

Bcwieroockt hem ; aenbidt zijn Star. 

Re v van Engelen. 
Zang. 

WAerzijnwetoegekomen, 
Dat'shemelsburgertwid 
Deregementenfplift, 
t-n tzwaettisopgenomen , 

Mr • , Te2innel °osenblint? 
Wieis ervanonsbenden, 

Hyfneuvelc,ofverwinr 
Celuckighpicd'clcndcn * 



4i 



Van 



TREURSPEL. 

Van hunne broedren zien , 
EnRij« en Reigenooten ? 

Of die verwonnen vlien , 
Inballingfchapgeftooten? 

O zoonsvan eenen Godc, 

Waer toe verdwaeltuwlot? 

Tegen-zang. 

Helaes ! waer toe verd walen 

De Geeften ? war verleit 

Henuitdezekerheic 
Van hunnen Staet en palen 

Te fpatten , zonder noot > 
Zich op het fpits tewagen ? 

Ons wceldc was re groot , 
Te dcriel om te dragen ; 

De hemel niet genoegh 
Om Engelen te paejen : 

De Nijdigheir mod vroegli 
Dit zaet van oorlogh zaejen , 

In'r vrcedzaemVaderlant. 

Wie leit dien twift aen bant > 

Toe- zang. 

Is dit kfijghvier niet te fmooren , 

Door ecu maght van hoogcr bant , 

War wil blijven in zijn' flant? 
Stactzucht zal alle Orden ftooren. 

Hemel , aerde > zee, en flranr 

Zulk-n ftaeninlichcen branr. 
Staetzuchr, censdoor triomfeeren 

Als gewerright , zal verwoet 
G odt en alle maght braveeren. 

StaetzuchtkentnochGodc.nochbloer. 

F HET 



v* 










LUCIFER. 

HET V1ERDE BEDRYF/ 

Gab- ■S-licha... 

DE; - : -hemelgU)ek,meenenUchr.en brant 
Van oproei en mart, 'k verdaeghn . als Gezani 
Van Godtenzijnenftod,nndaerlijckopcecrecken , 

Met ecncfl gloet van v ier en ."vet deze vlec ken 

Te -indenuicGodcsnaemjen tzurverHemeLsdom. 

VorilLociterb eert-.hyroerttrompet. entrom. 

Mscb Is Lucifer . heiaes, in znne troa verandert ? 

Gib. Dts heme lerde deel heer: reede zijnen (Vandert , 
Diet. :Mc zezworen.- .en troon 

Bevrieroockt. alseen Goct,enmet een Uftertoon 
Van Joddeloos muzijckherneere toevezongen 
Z v komen herwaert aen in voile kracht gedroogen , 
Endreigenfch: ^e'jckdepoort van't wapenhuis 
Te raramen met gewelc. een woeft een wil: eedruis 
Van onweer buldert vaft , van boven en van onder. 
Het vcerlichc . ftormt , en raeft. de blixem . en de donder 
In arbeie . ichu iden vaft«fe ptjtos van ons hof 
Men boon : . m Serahjns , noch wede - 1 Irn van lot". 

- ' -. ittdi ckgedompeltoverd/ooren 
Dinz Tenplotfe g,da ddekooren 
Der I en, vandruck,en medefcjden .om 
DenbUndenafvolvan'tgraliebt Engehdom . 
En<TC cher. - t is meet dan fit om heden 
Te - n nwen plieht , en op uw heili 2 e eeden . 

- .^Veld r,ophetpuntdes-biixcnr5zwoert. 

Lvs^ TC ? n ^ :J y ?ftn - ** -^ervoert 
Oo lehouderdusTich teeena Godt re kanten 

^~**-°pfc«* hoehiuotwac neck 




H* 5 



TREURSPEL. 

Hem tretlen ! want men weet geen middelen te vmcen f 
Om die verdook geflacht rampzaligen en b linden 
Te leiden op de baen . de heirbaen van bun troa. 
Ick zagh Godts blyichap zelf zich met een wolck van rou 
Befchaduwen -, In t end: de wraeck een vlam onrfteken 
In c'oogen e: . carreer, om dien llaghcebreken , 

Hec Lift gaitot den toght ickhoordeeen wijlhetpieir. 
Hoed'opperfre Genade, en Godts Gerechtiaheic 
Ekkandxe in wederwight , metpic van reden , hieJen. 
Ick z : : itC ' :rub ijns, hoeze op bun aenziciir vielen , 
En riept n \ ift : gena . gena , 6 Heer , geen Recht- 
Men had die zvsraex gefchil gezoent 3 en icine: _ . lecht ^ 
Zoo fcheen de Godtheit tot genade en zoen genegen ; 
VieraJsde wieroockftanck in ropkomtopcefregen, 
De fmoc ; _ c Lu«: : om laegh wort roegezwaeit , 
Metwicroc :, hazoin » en-lotgezangea f dr 
De kernel zi a ^ez.cnc van zulcke afgodeiyeo , 
Gevloeckt van Godt, en Geeil, en aiie Hieraxchjeu- 
Gen;i id nitgedieflt waeckop, in 'tburrenas. 
De Godtheit daghvaen u , eer 'toproer ons verraii '. 
Betem met irwen arm de woefte Behemctren y 
En Lerarhans , die dus goddoos t'zamenrottea. 

M:ck. Uriel, lchiltknaep c, men breng'Jcn biixem bier. 
Mt?n harm^ . he' t\ . ea lciiiic breng herwaert Godii bank : 
Men blaze >e bar ipen.Quxte wapen. 

GhyMaghcen,Troonejj, rat gectou is , en rec .apen , 
Datwapec z..chmetons g.ivregcmencen voor: , 
Een a " c g e; .melgec etwoorL 

Men-b tze i bazu ment'jvie holie crommels. 
Verdat icrdeinderyiontelbred kedrommeU 
G l^cndeiL cLaeflr :Dietc • Dens aen 

^Het_ :Gcdtseerailecn >et moet'er nuop ftaen. 

Cm D/.i.arnascuftzoobraei'.u acr \ uaeogelciiapcn. 
Hier komtde-.c^b -.t . Witt n Gc::? naetnen wapea 



- 




















LUCIFER. 

Utoeftraclt, endezonintopuheilbelooft. 

Hier komen dc Kornels u groetcn , als het hoofc 

Van "t heir dcrhemelen, cHeGodtsbanierezWoereri. 

Schepmoedr, Voeft Michael : ghy zult Godts ooilogh voeren. 
Mich, Zoozalick. houmijii woortomhoogh : \vy trecken been. 
Gab. Wy volgen uwen toght met wcnlchen , en gebeon-. 

Lucifer. Bclzebu'o. Luiciferiflcn. 

HOe flaet. het met ons heir ? hoc is 't 'er mcgelcgen ? 
Het heir verlangc, gereetom, onderuwenzenen, 
Te vliegen regelrecht op 't Tpits van Michael. 
Lai. Zoodoethet: iederwacht op Lucifers bevel, 
Om ceffens d'armen en hun vleugeJs eens te reppen , 
Dien groocen vyant lucht en winder) t'onderfcheppen , 
En, als hy lcght in zwijm , te ketenen met kracht. 
Luc. Hoc talrijck is hetheir > waer in beflaet ons magbt ?■ 
Belz. Die grocit alle oogenblic k , en Braid uit alle tranien 
Ons toe , gelijck een zee van vicr en hcldre t»lanfen. 
'k Vertrou het derde deel des hcmels houdt ons zv . 

is 'tnictde halve ilreeck: want Michaels uety 
Verloopc alle oogenblick, en ebt acn alle Lantern 
De hellefc vande wachten eerfre hofrrouwa.uen , 
Uit leder Ordcn , van een ieder Hierarchy , 
Verzweeren hunnen Heer , Vorfl Michael , als wy. 
De'" Z :l erCherUbij "V Aercsenglen, Serafijnen 



Ghydracphtilrpp^i, 1" ; w,I1M:c " "cents aef 

i* o>e sfisfBteffissss: I ruin - 



Hoortcoc,gh y Overaen:hoorr 



c oe,gh y KiddeFfchn r pen. 



En 



TREURSPEL 

Enluidert watwyu vermelden, klaer,enkort. 

G hy weet hoe verre wy alree zijn uitgeflort , 

In wraeckzucht tegens 't Hooft der opperllen palaizen , 

Datheteendolheitwaere, ophoopvanzoen, tedeizen $ 

Erf-niemant dencken durf deze onuitwifchbre fmcr, 

Tezuivrendoorgena: diesmoetde nooteen wet, 

Een wifle toevlught van te wancken , noch te wijeken- 

Verftrecken •, ghy , met kracht en zonder om te kijekens 

Dienflanderten mijn ftar verdadigen , met een 

Den vrvgefchapen Staet der Englen in 't gemeen. 

Hetga zoo'twil: volhardtgroothartigh, onverdrietigh : 

Geen almaghtheeft de mac he dat zy geheel vernietigh' 

Het wezen ,dat ghy eens voor eeuwighlijck ontlingc. 

I'ndienghe fel en for9 met uwe heirfpics dringt 

I n 't hart van 's vyands heir, en komt te triomferen , 

Zoozal dctiranny derhemelen verkeeren 

In eencn vryen Staet , en Adams zoon , en bloet , 

Gekroont in top van eere , en met een' aertfehen floet 

Omcingelt , uwen hals niet boeien aen de keten 

Van flaeffche dienflbaerheit , om hem ten dienfl te zweeten , 

En onder 't kopren juck te hygen , zonder endt. 

Indienghe my voor 't hooft van uwen vrydom kenr , 

Gelijckghe uit eenen mont dien flandert hebt gezworen ; 

Zoo flaeft den eedt nocheens eenrtemmigh , dat wy 't hooren, 

EnzweertgetrouwichcitaenonzeMorgenflar. 

Lui. Wy zwecren re gelijck by Godc , en Lucifer. 

Bclz. Maer zic hoe Rafael, verbaefl, en vol medoogen, 
Mctzijnen vredetack van boven komtgevlogen, 
Om uwen hals , op hoop van flilflant , en verdragh. 

Rtifci'el. Lucifer. 

OCh , Stedehouder , mont van 'r goddclijck gezagh , 
Wat hcefc u buiten "t fpoor van uwen plicht gedreven ? 
Zoudtghy den Schepper yan uw glori wederftreven ? 

F 3 Iicht- 



4f 











% 



. LUCIFER 

Liehtvae en wanckkn in uw troa ? 

Dichco- «L he zwijm van roti , 



Lac 




\i\ Genac jLucucr. Yerlcaoonazelve: draegh 
Geen harrus res':-? my. die ::euxigh (milts, en quijrie 
Vindrock.omuwencwiL ickkoom. metmececijne 

- van 2«na , geftegen uii ctenichooc 
Der Godrheii . die , gdijckze in haren Raec bellooc , 
U , bo yen duixenc ^ekroonde Heerichappven , 
C - lift heerr op den ftoel van haer fi i: :hcu -erven. 
Uardolhc ? her, die uw zinnen j . ; verruck: '■ 
Z y had haer zesei en : : ckems ^earjckr 

Op i geheii^Etboort/envoochoottjOverToten 

Me loonheir . wijsbeir . pmft . en toc 'er korac eevloce 

t roomen , zc -,aet . as aUei fchacren bron. 

G - blonckt in 'z par. ; i . voor 't aenfchiin van de zon 

D- G : : ; . B cea uolck van da en verfcbe roozen 

t ^^^fronrfcjtranperlen.encurkoozen, 
Srnaragden. . diamanc , robija . en lo.cer *our. 

Guftoeosklaeu, kenh,Wr or ^ ieTeen > 
MUlchep^c JS£*££ -— heen 

wTctMB^hijn tckaenfchou , 



TREURSPEL 

In 'c zaligh lichc . daer vry , geheilighc alle zeven , 
Hem dienen voor zijn' croon , en Hdderen . en beven 
Vooczulckeen Majefteit. ^ieopons voorhoofcftraelc, 
Verquickcen leven geefttf-ac ken: , en idem haelc. 
Heer Scedehouder . magh mijnbece ow harcbewege- : 
Ghy kencmijn zuiver w:: . en harr , mec u verlegen , 
Ruck af dien croden kam : fchud uic irrenas : 
Smiic neder uic dees hanc de heirbijl . de rondas 
L'i: d'andre hooger nier : legh ne r , och , legh neder , 
Legh neder , ftri :k van zelf den fanderc , en de veder 
Van uwe vleugelen , voor Gcir . en zijnen aians - 
Eer hy u uic den croon , den alLerhooghire.n crans 
Van eere , nederklincke aer grnis , en ft of ce morrel , 
Ja zulx - (hm der Geefren rack . noch wortel . 

Koch geen gedachcenis , noch leven overfchiec ; 
: ~ ire een leven van elende, van verdrtec, 
De Dooc j de Wanhoop . en een worm . een eeuwigb kna^i 
En knerfecanden moghc den naem van leven dracen. 
Verneer u : (beck dien coghc : orTere u oena , 
Met dien olijfcack :gnjp, ofechcer': ; :etpa. 
,uc. HeerRaiel. ic rdiennochdre i mem, nochcoren 
Mijn helden hebben Godc, en Lnc.rergezworen , 
En , onder > hemels eedc . dien Icanderc oprrerecht. 
Men ftrote war men wrl den hemel door : ick \ echr , 
Enoorlogeo -irr Godc, coc voor" joren, 

Dehar enhecRechc, honwetrigb. ic i-.-oren, 

Eer A^amzijnezonzagbopgaen . eerdedach 
Zijn tbefcheea. geen me 'iel : ;cke ^h , 

Geer. xk i menfchen z len neck der Geefren 
GecnE iom den croc mAdamonde ^en, 

Metzijnen- enhal?. ; -:eendienf rftaef, 
'c En zy de hemel ons in eenen poelbeg- , 
>!y: zoo veei fccpceren . en kroonen . ghms , en acker 

/ViS OnS de Gndrh^ir nir hlf»r* Krwa-rom U~-^fr rt»fcV\r\- 



I- 






In: 



Vo 









V 




*8 



LUCIFER. 
altijc. laccberflen alwacberlt: 



einzen. 



Voor eeuwiah , en altijc. iaec oerucri ai w ai ucric : 

Ick banthaef't heiligrrRechr , door hoogen nooc geperfl , 

En , na veel ivederftancs , my entlijck overdrongen , 

Op 'cklagen engekerm van duizenden van tongen. 

Ga hene , boocfchap die den Vader , onder wren 

kk dus . voor 'c Yaderlanc 5 den ftanderr voere , en dien'. 

Raf. OchScedehouder, warverbloemcghy uwgepeinzen 
V'oor'ulziendeooghrghy kuncuw ooghmerckniec oncvei 
Dc ftrael van zijn gezichc ontdeckc de duifternis, 
De ftaeczucht , daer u\v geeft zoo grof van zwanger is , 
En reede in arbeirgaec , om die gedroght re baren. 
W'aer bergh ick my van fchrick ! hoe rijzen al mijn haeren ! 
VerdwaeldeMorgenftar, verfchoonuzeJve coch. 
GhykuncdAKvecencheicniec paeienmet bedrogh. 

Luc. Wat ll aeczuchc > .keeft mijn piicht in eenigh deel ontbroken? 

Raf. Wachebcghy inuw harceal heimelijckgefproken > 
Ick wil in 's hemels cop , door alle wolcken heen , 
En boven Godcs gettarnce opdijgen , van beneen, 
Godczelf gclijck, geen maghc beftralen met genade , 
r ." ZyZe f n , mijnen a ° el hec leen verheerge waede. 

Ten Z y ick haer beleene uic mijnen hoogen croon 

Bedeckcuwaenyezichc-vilrnerW.a ■• , oon ' 
Enunrhru & c ^ lcnc • v aIC neder : Rrijckc u\v pennen, 
tn u ache u , boven ons , een hooger maglu re kennen 

Luc. Hoenucoe?benick/ianr«jS.c ,0" . 

Raf n^rvr , DlcK£UnG °dcsScedehouderniec> 

**&?# *-« 

Luc. Hdacs.lSelane.totd" Vorft A/ ,Jnen n , amfc 

M- Wil doppecIT a^V Cn *"?* »#* Code? 

Hem wijden coc ce „ hTof d e £ 2?" » Cn ^^n . 
War kroon cn fcepte v£ c t „? "' boven al 

P^^oercofnamaelsvoercnzal- 

° Zoo 



TREURSPEL 

Zoo leer oocmoedigh u Godcs raecfloc onderwerpen 
Luc. Dae is de wecfteen om dees heirbyl op re fcherpen. 
Raf. Ghy fcherpcze reuckeloos voor uwen eigen neck. 
Bedenck tens waerwy ftaen. de hemel kan geen vied: 
Van afgunft 5 haec en nyc , noch hovaerdy verdragen. 
De Wraeckdes hemels dreighr dees lchantvleck uic re vragen. 
Hierhelpcgeen veinzen. och, ofvoord'aJziendeXon , 
Hecaldoordringende oogh , ick deze laftren kon 
Bedecken. Lucifer , vvaer is u\v glans gebleven ? 
Luc. Mijn glans is Adam en zijneafkomft lang gegeven 
Men noem' my langer nier den eerflgewyden zoon , 
Den oucften erfgenaem. Raf. Vorft Lucifer, verfchoon 
U zelven : onderworp u *t opperlle behagen. 
Gewaerdighonsdarwydieblyderyding dragen 
Naer boven- ieder ziec mijn weerkomft tegemocr. 
Ick valle oocmoedigh dus u\v heerlijckheic ce voce. 
Om Godcs wil wacht u coch weerfpannigen ce flyven , 
Die op uV wil en wenck , als op hun aspunt , dryven. 
Zoudc ghy , in wederwil van 'r hemelfchepalais , 
Dees luchc , vol heiligheic , vol vrede , d'eerfte reis , 
Mer duizencduizenden in 'c harrenas , beroeren ? 
Op trommel en trompec den oorloghsftandert vocren , 
En kanten tegens G odt , den fterckften worftelaer > 
Luc. Men kantzich tegens ons. Was Adamsafkomfl m.ier 
Een zelven rtaer en ftoel , als d'Engelen , gefchoncken •, 
Dae fcheen verdraeghelijck . nu vliegen vaft de voncken 
Van dezen hemeltwift door alle daken heen. 
Zwygh Engelsdom : verhefeerbiedighl/jck hec leen 
Van al wac ghy bezic aen Adam , en zijn neven. 
Den menfeh weerftreven , is de Godcheic wederftreven. 
Hoe magh hec Godt van 't hart , dat hy zoo laegh , zoo diep 
Venedert dien hy tot den groocften fcepcer fchiep ? 
Een edelmoedigheic , geheilighc coc regeeren , 
Voor eenen minder zich zoo zwaerlijck kan verncd ren , 

G Van 



4-9 























i 



LUCIFER- 

5 °Van heerbckheic onckleeii , en opftaen uji haw' ftaet , 
En ftoel ,dat *y vcrvloeckc den glans en dageraet 
Van haren opgang* ,ja veei liever hadgebleven 
Een fchadmv .zonder vert , een met , en zonder leven : 
Wane niec zyn ,ovcrcreftverkleeningduizentwerf. 

Raf. Geleende heerfchappy (bet los , en is geen erf. 
Luc. 'kMisdanckmedandicleen,als cimmersleen 



Luc. 'kMisdanckmedandicieen.ais ummcrbicen moet heeten. 
Raf. Bewaer u\v ampt - of is zyn ooghmerck u vergecen ? 
Het Scedebouderlchap uw wyehcic were becrout , 
Op dat ghy 'c al in rude en orden houden zoudt : 
En hebtghe tegens Godt bee panfer aengefchoten , 
Als een meineedigh hoofc van blinde bontgenooten ? 
Luc. Wy fchocen fleches , uic nooc en noocweer , ' r panfer aen $ 
Zoo luccel wouden wy de Godtheit wederftaen. 
De reden fpreeckt , al waer 't dac fchilt en wapen zwege. 
Wy vryen onzen Staet-.benyc men onsdiezege ? 
Raf. Geen zege is heerelyck , daer , in een zelve Ryc'k , 
Slaghordens van een' Sraet beftryden haers gelyck ( 
En deerlyck is bet , zoo gebroeders van eene Orden 
Door bun gebroeders zelfs in 'cendc verwonnen worden. 
Omonzenrwil.om Godc,enzyn gedreigbdeftraf, 
Ocb Stedehouder , voer uw regemencen af : 
Voer af , en laec u toch vermorwen door gebeden. 
Ick boor , 't is (cbrickelyck , alree de ketens fmeden , 
Om na de neerlaegh , u gekctent door de luchc 
Te vocren in triomf. ick boor alree gcruchc 

J-nzieallengs het heir van Michael gennken ' 

L? w 1 1 0gl V yt ' IT gh 9 1 dlen dollen «*«' f e (taken. 
Luc Wat baechet , fchoon men zicb op't uiterftebera > 

Hier is seen boon van mk J>«f -i ""ucucra. 

Ea fklme , als m dddaer J?|£ V crzeker u & cna ' 
Luc MvnSrarrTS ' °g h voor u te pande. 

SLA m dumetnifFe ' en ^ande. 
p?O ci n , e Cn ^ ravec ren op den ftoel I 

f - ° chLuc3f ™ckop. ickz^edenzwaVelpoel, 



^k! 



TRRURSPEL. 

Mec opgefpalckte keel , afgryslyck naer u gapen. 
Zulr gy , bet fchoonft van al wat G od t oic heeft geichaper. . 
Een aes verftrecken 5 voor het vratige ingewant 
Des afgronts , nimmer zadt , en nimmer uitgebrant 5 
Dat hoede Godt. ocb och , bewilJigh onze bede. 
Ontfang dien tack van pais : wy oflren u Goths vred-.-. 
Luc. Of ergens fchepfel zoo rampzaligh zwerfc als ick ? 
Aen d'een zy flaeuwehoop ; aen d'andre groocerfchrics. 
De zege is hachelyck ^ de neerlaegh zwaer te myden. 
Op'tonwis tegens Godt en Godtsbanicr ceflryden? 
Den eerften ftaaderc op te rechten tegens Godt , 
Zyn hemelfche bazuin , en openbaer gebodt } 
Zicb op te worpen , als een hoofc van Godcs rebellen , 
En tegen 's hemels wet een wederwet reftellen ? 

Tevallen in den vlocckder fnootfleondanckbaerheic ? 
Tequetfendegenadeen liefde enmajefleit 
Des rycken Vaders , bron van aile zegeningen , 

Die nocli t'onrfangen ftaen ,en wat wy reedeomfingen ■ 
Hoe zynwe nu zoo wyt verzeilt uit onzen plichc ! 
Ick zwoer myn' Schepper af. hoe kan ick voor dat licht 
Myn laflerflucken , myn verwatenheit vermommen ! 
Hierbaetgeen deizen: ncen , wy zyn cehoogh geklommcn. 
Wat raet? wat beflgeraemt in dees vert.vyfekheen ^ 
De tytgeen uitftel lydt. een oogenblick is geen 
Genoeghzaemhcit van tyt ; indien men tyt nrogh noemen 
Dees korcheic , cuflchen bell en endeloos verdoemen. 
Macr 't is te fpa , en bier geen boete voor ons Imet. 
Dehoopisuit. watraedc? daerhoor ick Godcs crompec. 

Apoltion. Lucifer. Rafael. 

HEer Stedehouder , op ? het is geen tyt te marten t 
De Veltheer Michael . in aentoght mec zyn llarren, 
En regemencen , daeghc u uic in 'c vlacke velc. 
De tyc vereifchc dac ghy u in flaghorden flelc. 

G 2 



n 



Trcck 





A 





\ 









5* 

T 
Luc 



LUCIFER. 



reck op , treck op mec ons : wy zien den ftrijc gewonnen. 
Gewohnen '■ dat 's re vroegh : de firijt is niet begonnea. 
Men weecrh' dicn v.w aren flagh en oorlog niet te licht. 
Apei Ick zagh aJree den lchrick in Michaels gezicht , 
£n al zijnbenden dootsfchiet orazien naer de hielen. 
Wy willen , rwijfcl niet , haer floopen , en vernieien. 
Hierkomend'Overftenmetonzenfrandertaen. 

Luc. Een ieder in t gelidc : een ieder kenn ' zij n vaen. 

Nurullii'hdebazuinen krijghstrompetgefteken. 
si pal Wy wachten op uw woort.Lttf.zoo volght ons op die teken. 
Raf Hcfacs , hy ftont alreede in twy fel , en beraet : 

Nu voert hem Wanhoopacn. belaes , in welck een* (taet 

VanjammernilTen ftortd'Aertsengelal dezijnen ! 

Numagh hy nimmermeer in vreughn om hoogh verfchijnen, 

'c En zy de Godtheit die medoogende belett'. 

Ghy Hemelreien . komt , en geefc u in 't gebedt : 

Miltchien of noch dees flagh te fchutten waer met fmeken. 

H?t bidden kan een hare van diamantfteen breken. 

Rey van Epgelen. Rafael. 
Vader , die geen wieroockvat , 
Noch gout, noch lofzangwaerder fchat 
Dangodtoelatenheit.enfliltc 
Van 'i fcliepfel , dat uit nedrigheit 
Bchagen fchept aen uw beleit , 
En in uw' vi\ zich zelf verfmil Ce 5 
Ghyziet,6allertelgennam, 
Hoe'thooft derGceftenzijnen kam 

Uu «JKantentegensuwbehagen 5 

Hoe hy trompet en trommel roert , 

tnbluicvanStaetzuchtaengevoert, 
Uterghtopzynenoorloghswagea. 

Ontfertnuovct^lafterftuck, 

Kn ^och,keerhetong e luck 




\M 



TREURSPEL. f3 

Van duizentduizent lotgenooten , 

Die al te jammerlijck misleit , 

Met zulck een wederlpannigheic 
Het harnas hebben aengefchoten. 
Raf Verfchoon genadigh , och verfchoon- 

Den Stedehouder , die de kroon 
Der kroonen op zijn hoofc wil zetten , 

Om nefTens u , en boven al 

Te triomfeeren. och,wiezaI 

Hem zuiveren van zulcke fmetten ? 

Rey. Gcdoogh niet dat defchoonfteziel, 

Waer op uw oogh genadigh viel, 
Gedoogh niet dat d'Aertsengel fneve. 

Hy boete deze ondanckbre daet, 

En blijP gehanthacft by zijn' ftaet. 

Dat uw gena zijn fchult vergevc. 

HET VYFDE BEDRYF. 

Rafael. Uriel. 

DEganfche hemel , van den gront op tot de krnin 
Der aertspalaizen , juicht op Michaels bazuin , 
En zwaeiende banier. de veltflagh is gewonnen. 
Ons fchilden fchitteren , en icheppen nieuwe zonnen. 
Uit clckc fchlltzon flraelt een rriomfanten dagh. 
Dacr komt Uriel zelf j deSchiltknacp, uit den flagh , 
En zwaeit het vlammcnd zwaert , dat, fcherp van wederzijden , 
Gewet van 's hemels wraeckeen gramfchap , onder 'tftrijden , 
Door fchile , en harrenas , en helm van diamant, 
Gevaeght hceft , flinx en rechrs , al wat de horens kant 
Enopfteeckt tegensGodts doordringende alvermogen. 
Geflrcnge Schiltknaep , die het fcherprccht uit den hoogen 
Bekleet , en 't ongelijck , dat tegens 't eeuwigh Recht 
Zich opworpt , met een' flagh rcchtvacrdighlijck beflccht ; 

G z Geze- 



















Wa 



- 







* :L ^ - 



L C I F £ R- 



• 



- 





::- 



\Y i: :'::: - - . :v .: OppernHJefterr.' 

Verba ■ " can . :: ; ele : . 

beocf eerden toji" : :anseT*erkr.-2cri. 

Dia ieo frecra foamnwcB op-ecu r- 

C _ r . dar C op 1 - zy. 

Dq\ :: Michael 3 fferw : : -.: 









• 




Door s 

N : : .fadkr danota , eSedoo* detach: verichjer, 

HoeLac : ::: segr choojhfebfec 

cigeiamr.geipetheiiaenteyeeTcs. 
D.efcembew eiooctea'zf'^ Carre 

? °P cacn fiaenvsadaitroov«nG2br^I 

r*. c. . . — z z i_: z i iq >e 3 . en jsf 

I -\ . .ocT: - ., 

-\-aeircrj,i*Gc nae 3 . inbaagelrrz : : dlen, 
Ommameng;:. :: ; : . lodiugh mim , 

?*t^ -^c^h xhTSvT 

- zoo. ^ - 



•. 





"- 



TRELR5PEL 

VVaex hiee f : ver^acea be,: . c i: c oaota 

Her ^uam vol mod ~: srHce. ea:ia£z 
ihoc : zaemheken eer en eed - . -. ai vagetea 3 

*op 1 :" : : . z 
: - - halve nraea 



' 





Hctvretz - .-.:_- . . i=: : 

1 - - _ - — p — --- — 

. xoafteis,,- frcr::_T 

: ;■:: '.:c:::.;: z:t z : Z: 



oren* c : 5 icn ; 





^1 




V-::. ler-b-opci: r.josscfevfcqgc kort . 

Lr. z wachc ; _ : . Vc :.": Bdal de "liacke 

^aeom fuAiiafauaaen. ^T 
z . na Vel anaeiicflai ci cegeoi ( 

Lk - - _ me,- : tooop . in *t oaidcen ce bewar 

t- -- ~:rgeaftar, sre:: vas A poliioa 
G: :*::tferhein.zoomoe»iighalsbvi*>», 

In ziiaea voiien krks ? oo hoaga tea tooo cezece 
R-~ Hebe difff.warcarf^Aertsengdik^ 

Och . oi ick her : c : afib - : oac r Tzrog 

Be::* -.e menemm be: aenzichc ran eieo 

- anziin&fier; . 



6--: O 



~: 



" - . ; 




I . " ■' , • C i ' '. 



rzoenbre 



gc pAoiecjdacor-zjiflenwapcarotk 

gloeiecKi p jrper , c -..-. . en -M£kfl£eo . 




Met g Dade vvieieo_ 

^LeeiTB-.eafeikDtaeck.CErx.-: :feretc. 
Met (xaruD oveni beaaeitop hiiBoes rue a . 
^'cpirrtlegareel^ipaaa-' x>ccU 

\ erWdeo naer oen ,en\ .iijwki 
Dehci 1 ia de vt^ m . .^> -r W^y -A 



1 1 



■P* ' 




















LUCIFER. 

Hingaen den Hincken arm , ger ct de kans te wagen. 

Ra 1 ' O Lucifer , ghy zult dien hooghmoedc u bekiagen. 
GRy fenix , onder' al war Godt daer boven looft , 
Hoefteeckt ghy , onder *c heir ,zoo fier met hals en ho oft , 
in helm , enichoudren uit ! hoe heerlijck paft u 't wapen , 
Als waer'tnaturelijckuwwezenaengefchapen I 
OhooftdcrEngelen, niethooger: keerweerom. 

Un. Zooftondenzygekancenllaghree, drombydrom, 
Eeniederopzijnluchc,enhoefflagh,en by rijen 
Gefnoert aen hun gezagh , om 't ichoonft van wederzijen 3 
Wanneer de dolle trom en klinckende trompet 

' Zichmengen-, hetgeluicgeweeren handenwet, 
En fteigertin den trans van 't heiligh licht der lichten $ 
Een klanck , waer op terflont een zwangre wolck van fchichten 
Geborften , flagh op flagh , een' gloenden hagel baert , 
Een' dorm en onweer dat de hemelen vervaert , 
Dc hofpijlaren fchudc , de kreitfen , en de ftarren , 
Verbijftert in hun ronde en ommeloop , verwarren , 
Ofzwijmen op de wacht , en weten niet waer heen 
Te drij ven , oo(\ of weft , of boven of beneen. 
Al weerlicht wat men ziet , al wat men hoort is donder. 
Wat blijft 'er in zijn' ftanr ? het bo venfle raeckt onder. ' 
De hciren , na 'et gedreun van 't eerrte fchutgevaert , 

Geraken hantgemeen met knods , en hellebaert , 
Enfabel,fpeer,endolck. hetgaeferopeen kerven, 
En fteken al wat kan , wat toeleit op bederven , 

geLS ' half B eknot • gcbroke piilen zwieren 



TREURSPEL. 
En zvveven door de lucht. een gruvvzaem veltaefchrey 
Verheft zich uic den ftoec der groene lie ve rev ° 
Daer lijt het krijghsheir laft , geperft uit noot te deizen. 
De dolle Lucifer her vat den ftrijt drie reizen , 
En ftut de flaeute van zijn regemenc zoo trots , 
Gelijck het zeegedruis al fchuimende op een rots, 
Geftuitwort, reisopreis, en meer niet uit kan rechcen. 

Raf. Gewis het heeft wat in de Wanhoop af te vechten. 

Uri. Dedappre Michael laetblazen: EerzyGodt. 
Deregementen , op dieleus en zijn gebodt, 
Gemoedight , te gelijck aen "t fteigeren , en ftijgen 
Nacr boven , om den loef van 's vyants heir te krijgen ; 
Dat ftijghr met een om hoogh , maer met een' trager vaert , 
Enraecktin'tendeinly. als ofmenhemelwaert 
Een'valckzagh, van om laegh , opzijne wackrepennen 
Zich geven in de lucht , eer hem de reigers kennen 5 
Die fidderen vanfehrick, in 'tbofch, byeenen beemt, 
Zoo dra het hooge nefi dien vyant daer verneemt 
De reiger fchreeut, en ftijght , en bang voor 's vyants pooten , 
Verwachr hem op den beck , om door de borft te ftoocen , 
Van onder , als hy ploft van boven op den buit. 

Ra ru ° Lucifer * wac raet ! het ziec ' er fthricklijck uit. 

Ghy zweefr hier op een vlackte , en zonder poort , en w alien 
Een gru welijcke Orkaen wil plotslingh u bevallen , 
En zincken in een" poel , en afgront , zonder gront. 

^fl V . argafl:eenrCh00nverrchici: ' omlae 6 h cenlullefront, 
Of halve maen j om ho.ogh een driekant Tpits caenfehou wen - 
De regeraenten, diezich fluicen , en ontvouwen , 
Op 't wencken van hun hooft , een ieder in zijn vaen , 
Te zien zoo pal , gelijck metale muren (hen , 
Als op een wederwight van lucht en eige zwaerte , 
Met al hun flingertuigh , gefchuc , en QoVragevaerte. 
£y hancen even als men zich een wolck verbeelt , 

"nwolck.waerinilezonmechcureftralenfpeclrj 



f? 



I 



H 



Eo 











4 






I 
















Sa 



5» 



EnfchiUerte 
Deheme 



. 









* v 



l 



U U C I F E B8 

lclLt nichakeertdoorluchteregenbogen. 

ilfche adelaer , zoo fteil in cop gevlogen , 
BefpiecGodcsvvaiuvaft,dehavicksvhighc,benecn. 

\ Iv klapt van moedigheic zijn pennen cegens een , 
Mi^iincze'cweidennieceavruchceloosbraveeren , 

Terwijl by vlafflt om hem te zitten in de veeren , 
Teplondcreneerlang vanzijne gladde pluim 3 
Zoo ras de kromme beck en klaeu , op 't luchcigh ruim , 
Hetae$bevalle,ofdrijfvoorwintal",uiczijnoogen. 
Dus komenze afgeftorc , en ftroomen uic den hoogen , 
Gelyckeenbinnenzee , of noorcfchen wacerval , 
Die van de rotfen bruifcht , en ruifchc , met een gefchal 
Datdierenondierfchrickc, indiepgezonckedalen ; 
Daer fteenen , van de lleilte , en dicke waterftralen , 
En maften , zonder tai , verpletten , en vertreen 
Wat cegens woeft gewelt van ftroom en hout en (teen 
Niec opgewaflen is. de heirfpics crefc den navel 
Der halve mane fel mec roode en blaeuwe zvvavel , 

Envlammen,ilaghopaagh,endonderklootopklooc. • 
Datbaerceenluchtgefchrey. het hart van'c heir in nooc, 

Begintvanlangerhantdenwrevelent'ontzacken ■' • 

De boogh der halve mane , aen * kraecken , en aen "t knad 
Zoo rtijigefpannenftaec [wane d'einden krommen vaft] 
Dat Ivy in c midden moec bezwijeken voor dien laft , ■ 
En tpnnacn , wort hem flux geen' ademtoght eeee ven. 
Dc ttorfe Luc, er , dan hier dan daer ^driven 8 , g • 

Om zi'°' ? , k ^^"^ ' en S eefc ** "*& blooc , 

De Leeuw en bbauve Draeck aen 'c woedrn r.' 

uit,enbi J r ) enfcheur C , etl danderfchiet ver^ C »i^ ' , 

6 



nacken> 



1 1 



I 



TREURSPEL. 

Met z ij n gefplitfte cong 5 ontfteeckt een pert , en raeft , 
En vult de lucht met fmoock , dien hy ten neuze ukblaefl. 

Raf. Hier wil de barrening van boven hem bekneJJen. 

Uri. Hyzwaeitdeheirbijl vaft,om Godtsbanierte vellcn, 
Die neerflijght , en \vaer uit Godts naem een fchooner licht 
En fchooner ftralen icliiet in 't gloen van zijn gezicht. 
Men dencke eens na of hy dit voorfpoock ons benijdde 

Deheirbijlinzijnvuift:,aend'eeneend'andrezijde, 

Den toefcheut ftuit , en floopt , offchutze op zijn rondas , 

Top dat hem Michael , in 'r fchittrend harrenas , 

Verfchijnt , gelijckeen Godt , uit eenen kring van zonnen. 

Zitaf, 6Luciler,engcef net Godt gewonnen. 

Geef over uw geweer , en flandert : ftrijck voor Godt. 

Voer afdit heiloos heir, decs goddelooze rot , 

Ofanders wacht uw hooft. zoo roept hy uit den hoogen. 

D'Aertsvyant van Godts naem , hardneckigh , onbewogen , 

Ja trotfer op dat woort , hervac in aller yl 

Den flagh j tot driewerf toe 5 om met zijn oorloghsbijl 

Dendiamantenfchilt,meteen Godts naem, tekloven. 

Maer wie <\en liemeJ terght gevoelt de wraeck van boven. 

De heirbijl klinckt en fpringt op 't heiligh diamant 

Aenftucken. Michael verheft zijn rechtehant, 

En klinckt den blixemftrael , geftercktdoor 't al vermogen , 

Dien wrevelmoedigen , door helm en hooft , in d'oogen 

Al tongenadigh dat hy achterover flort , 

En uitden wagen fchiet , die onigellingcrt, kort 

MetLeeuw en Draecken al , denmeefter volghrin czuicken. 

De flandert van de ftar vergaet hier op het blincken , 

Zoo ras Apollion mijn vlammend 7. vaert gevoelt, 

Den flandert geeft ten roof, daer 't barrenren krioelt 

Van duizentduizenden , om 'r hooft del he'llche fcharen 

In 't vallen , voor den val en neerlin lck . te bewaren. 

Hier yvcrtBelzebub : daer trotlt ons Belial 

Dus wort de maghc ontlnoert , en met den zwaren val 

H 1 Des 



19 



1 




















\ 




fc] 



LUCIFER. 
De - - breecktdebocghder hake mane 

InHtiM. tsom: . oncer bane 

Merzoc - klootc hemels draeghc 

De Reus One - , dac al de luchc serrfaeghc , 
En po 2 - siet zij r »e knods oas be cs 'c kootc te kne az .-. . 
Die op Orioas pall . nocb knodzen . noch op Reuzen. 
DeNoortfcheBe : hunachirrklaeuwenftaen , 

Ommeieeadomrr den toe reflaen. 

De H ;. era braeckt ver g : . ea g: pi met vijitigh keelen. 
kk zie een gaiety . v: oorloghstaiereelen , 
Gcboren uit dien flagh , zoo wijt men af kaa zien. 

G :looft zy Godt : vait ne - aenbidc hem op uw knien. 
Och Lb : : - - . b: r 1 r't uw h betrc t -en r 

He awe lal »ck u left aenichc ea: 

V a kkerhek nu ; e alien olaasbra\ een 1 

Geiijckde klaredagh in narcn nacht \ keen , 
Wanneerdezor - imetgoutre alien; 

Z^owonz ^oock^n't zinc ken, oncet t valkn 

ineenwanii apt ikvenodes, alee roil; 
I -aeUerx _. - rau ' a . 

Deta- Dtas T-cewetomftael aaeuwen • 
Dcvoett _>eh. mvie nndcklac n -' 
Da gtoQeieod prkmoei in eene zuane hoic. 

Der olboritka, eed, , WlsuiL - 

LSSl i^y* ^aochtlusaUel <*»*■* 

£ *daen: ^geltzevend tea 

^l^,.olboo^erdv,ee :ig > _ ^ 

• rrr. r.noceroSj 
~ -~».»ai ,«■< fjn , van ach ter 

Js.eeoVotfen^ , erj 
Te - :«c 1M %. 1 ?£"»» ond i« • «e veruenfebco , 



^eajragenezeUeeannoceros antoren 



:- 



T R E U R S P E L. 6l 

Dacoadie:yft,iadien 'cdeb - en op zich llaet , 
Eji deckt met dampen raift zijn gruwdijckgelaec. 
Ra- Dadeert de Scaetzucht Godtnaer zijne krooa te fieken. 
Waer bleef Apollion ? Un\ hvzaghr : verflreken, 
Op'tondergaen derfhrre.en vloodt, een der vloodt 
De hemelfche kortou vaa boven , fchoot opfchoo: . 
Met weerhchc blixemen en dooderea ^en 'r rollen , 
De moaflers , in het lichr geklaurert , be! p ten 'z hoUen , 
En groeide in zulck een <aght. wat was 'r eea dwarxelino 
Van boJen ondtreea ! hoeruifchter hier : w::_- ag, 
Wat ging er eea ge- oas maght , •. an Godcgez : : . or , 
Ruckt voorc , ea crert , en floopc voor 's hants wai zy bejegenr. 
Wat greea hieroveral . vvaer t op eea vlugbten ging , 
Fe- Deffheit,eengeftaltYer* "rlina, 

lnlc -i.eninleeft: men hpofcze broileo . bafien 
Deer. dander hail t » ^tzietmenalgrimmaiTea 

In Eaglerroniea au zweemen aaer de hel . 
En heli'che gniwzaembeea. caer hoor ick Michael 
Om triomfant in *t bcht met Enoleroof ce pralen. 
De Reien groeten hem met lofzang , en cimbalen . 
Schilm T,enramboer. zy treden hier\ooruir , 
Enftroiea lauwerioof, op'themeircbegeJuir. 

R. **Engele% xSHubmtl. 

EzegentzydeHelt, 

Die ': gc .-'eloo^ ze c 

iZ! n maght, ra z ;ht , enzr;n' (landert 

Ter at i ■ .eett oe\ elt. 

DieG fbek aaer ziyn kroon , 

Is , uit dea hoogea trooa , 

a maght in dea nacht neergezoackea. 
Hoeblinckr Godt- N:.emzooKhoon! 
Albrar.thetopro. el, 
De dap pre Michael 

'eetdenbraatmet z . : uii te bluilchen , 



G 



Te 




KbcL 



H 

























6i 



I F E R. 



LUC 
Hyhanthaeft Godcsbanier. 

Bekranflhemmerlaurier. 
Die palais groeic in pais , en in vredc. 

Geen cweedraghc hoor men hier. 

NuzingtdeGodcheiclof, 

ln'tonverwinbaerhof. 
Prijs en eer zy den Heere aller Heeren. 

Hy geeft ons zingens flof. 
Mich. Gelooftzy Godc; deScaechier bovenis verandert 
D' Aercsvyant leit 'er toe. hy laet ons zijnen ftan dert , 
En Morgenftar , en helm , en vanen , en rondas , 
Dien afgejaeghden roof, aen 's hemels heldere as , 
Metjuichen , en triomf, en eere , en lofgezangen , 
Bazuinen , en rrompec , ten klaren fpiegel hangen 
Van wederfpannigheic , en Scaeczucht , die de kam 
Verheffen tegens Godt , den onverzetbren ftam , 
En oirfprong , en de bron en Vader aller dingen , 

Diewezenennatuureneigcnfchapontfingen. 

Men zal niet meer den glans der Oppermajefteit 

Bezwalckt zien door den damp van fnoode ondanckbaerheic. 

Zy zwerven in de lucht , en tuimelen , en woelen , 

Heel diep beneden ons gezichr , en deze rtoelen , 

Benevek , en verblinc , en yffelijck misvormr 

Ret °l7aZZT n ! ^ ?° dt ' en 2 'J nen ^elbertormt. 

n menfch ' aaer l hemel ^h beelc gefchapen, "c Uclit benijden 

Gabriel. <JMich*el. Rty. 

H^St^.:^ isdeka, ^ ckecrtJ 

Vergeefs met wa D n L a™ TV* S er riomf ^r c s 
'** Wat hoo ^ Tl en . fta " detden "Wn. 






is gevallen j 
he 



Hy 



T R E U R S • P E L. 

Hy leir'er toe. Mich, dat is een donderflagh in door-en; 
Al yze ick , my verlangt die nederlaegh re hooren. 

Heeft dan'tverwatenHoofthetaerdrrijckoock bcfTreen i 
Gab. Hy ruckte , na den flagh , \ verftroide heir by een , 

Docheerfrzijn'Overflenj die voorelckandregruwen; 
En zette zich , om 't licht van *t alziende oogh ce fcluiwen , 
In eene holle wolck , een duiftre moortfpelonck 
Van nevlen , daer geen vier dan uit hun blicken blonck • 
En , midden in 6en ring des helfchen Raets gezecen , 
Hicfuit zijn zerel aen , re helfch op Godc gebecen : 

Ghy maghcen , die zoo crocs , voor onsgerechcezaeck, 
Dien af breuck hebt geleen ^ nu is hec cijc om wraeck 
Te nemen van ons lcec , en lifligh , en verbolgen , 
Met onverzoenbren wrock den hemel re vervolgen , 
In zijn vcrkoren beelc, en 'c menlchelijckgeflachc 
Te fmoorcninzijn wiegh, enopgang, eerhecmaghc 
Inzijnezenuwkrijgccnaenwinne in zijne erven. 
Mijn wit is Adam en zijn afkomfl re bederven. 
Ick weet , door 'r overtrccn der eerftgeftelde wet , 
Hem aen cc wrijven zulck een onuitwifchbrc fmec , 
Dae hy , naer lijfen ziel , mer zijn nakomelingcn 
■\ r ergiftighc , nimmer zal ten zecel innedringen , 
Waer uic men ons verftiet : edoch gebeurc hec al 
Dacicmancbovenftijgc, eenkleen^ een dun gecal, 
En noch door duizent do6n , en arrebeir , en lijden , 
Zal tleigren cor den Scaec en kroon , dieze ons benijden. 
Elenden zullert zich cerftonc , op Adams lpoor , 
Verlpreien zondcr endc . de wijde weerelc door. 
Nacuur zal , van dien flagh gctaifterc , fchier verre^ren , 
En wenfehen in ccn Niet ofmcngelklomp te keeren. 
Ick zie den menfch , die nacr hec beelc der Godtheit zweomc, 
Van Godcsgelijckenis verbaflerc , en vervreemc, 
In wil , geheugenis , en zijn verftanc oncluiftert , 
Hetingerchapenlichcbenevclcenverduidert, . . 



6> 



En 











64 



LUCIFER. 

En vat den dash befchreit , in 's moedcrs bangen fchoot , 

Gevallen in den muilder onvermijbre Doot. 

Ick wilde cirann;. verhetfeo , altijr llouter , 

In -j. mijnzoons, gewijttotGodtheen , op het outer, 

In kercken , zonder tal, tot aen de lucht gbout , 

Yereeren ofTervee , en wieroockgeur , en gout, 

Ja zoo veel menfchen , als geen tong vermagh te noemen , 

1 n al war Adam teek in eeuwigheit verdoemen , 

Door gruwelftuck op ftuck , Godcs naem ten trots begaen. 

Zoo dierwil hem mijn kroon , en zijn triomfieeft ftaen. 

Mich. Verwaten vloeck , zoo trots de G odtheit noch braveeren ! 
Wy wiilen u eerlang dat laflerftuck verleeren. 

Cab .Aldus fpreeckr Lucifer, en zent Vorft Belial, 
Op cat hy dateiijck de menfchen breng' ten vai. 
Dees fchiet de boosheit zelf , de liftighfte aller dieren , 
De flangaen , om met glimp van woorden te vercieren 

Het lockaes/twelckaldusd'onnooflefchepfels vine. 
Daer zy geflingert om den tack der kennis hing. 

Heeft God: , op halsftraf , u zoo dier , zoo ftreng , benomen 

Den vrydom van die ooft , den fmaeck van 't puick der boomen? 

New Eva . fimple duif , geenfins : ghy zijt verdwaele. 

Hoe gloeit dir ooft van gout en karmozij n te nader ' 
uZ S f" VCn / Jn ln ^tonfterflijek loof 



Het wezen en den ^3 Ti ' ond «fche* 
Terftontbc^nt he hart dt^^ ^ der Z ^ n ' 
T'ontvondfen , en z, "lame ^ ^ te Waten • 
De vrucht bekoort het oop! V acn 5"P'«* vrucht. 

l °° 8h ' hec °ogli den monc , die zuche. 



*f 



TREURSPEL. 

De luft beweegt de hant al bevende te plucken. 
Zoo plucktze , en proeft, en eet (dat wil haer afkomft drucken ! ) 
Met Adam , en zoo dra hun oogen opengaen , 
En zy hun naecktheit zien , bedeckerrze . met blaen 
Met vygenloof , hun fchaemte , en fchande , en erfrrebreeken , 
En gaen zich in geboomte enfehaduwen verfteeken , 
Verfteeken , maer vergeefs , voor taldoordringendeoogh. 
De lucht betrecktallengs. zy zien den regenboogh 
Gefpannen , als een bode en voorfpoock van Godts plagen. 
De hemel treurt in rou. geen handenwringen , klagen , 
Noch fchreiea helpt den menfeh en zvne v\ eergade. ach , 
Het weerlichc , reis op reis : het dondert , flash op ilagh. 
Al war men hoort en zict is fchrick , en angft , en zuchten : 
Zy vlughten voor hun fchim , maer kunnen nier ontvlugbceQ 
Den worm , die 't hart doorknaeght , het overtuight gemoedr. 
Zy knickebcenea beide , en ftruicklen , voet voor voct. 
Het aengezicht ziet doots , en d oogen , diep verdroncken 
In traoen , zien geen licht. hoe is de moedtgezoncken ! 
Hoe flack hy fl us het hoofc zoo moedigh in de lucht ! 
Het ritflen van een bladt , of beeck , een kleen gerucht 
Verbyftert hen • terwyl een zwangre wolck komt dalen , 
Die fcheurt , en baert allengs een licht , een' glans , en ftralen , 
Daer dXDpperfte uit verfchynt , in dien bedruckten ftaer, 
En dondert metzynnem, 'die hen teraerdeflaet 

Rt) . Ochoch ochoch , de menfeh waer nutter noit^efchapen. 
Dat Jeert zich aen een vrucht 5 een' montvol faps, vergapen. 

Cab. O Adam , dondert Godt, waer zyc ghy toe geraeckt ? 
Vergeefme , o Heer. ick vlughr u\v aenzicht , bloot , en naeckt. 
Wie leerde u, vraegt hem Godt, u\v fchaemte en naecktheit ken- 
Durft ghy u\v lippen aen verbode vruchten fchennen ? (nen $ 
Myn gade , myne bruit bekoorde my helaes. 
Zy zeght : de flimme flang bedrooekme met dit aes. 
Dusfehuitt elck van s\t\\ hals den oirfprong der gebreeken. 

Rey Gena. watvonnis wore op dit vergryp geftreeken? 

J ' Gob. 







r< 






V 





LUCIFER. 



66 

Cab. DeGodcheicdreighcdevrou, die Adam heeftverleit, 
Met ween , en (>afens noot , en ondervvorpenheit $ 
Denmanmetari\eir,z\veet,enzorge,en laftigh (laven -, 
Den acker, die den menfch ten lefte zal begraven, 
Meronkruic , en vecl ramp J de Slang , om 't loos misbruick 
Vanhaerdoortraptetong-zalkruipenopden buick, 
Langs d'aerde bene . en Heches by ft of en aerde leven. 
Maer om den armen menfch een' vaflen trooft te geven , 
In zulckeenjammernis, beloofcdeGodcheir trou 
Te wecken , uic her zaet en bloet van d eerfte vrou , 
DenStercken, die de Slang, den Draeck, bet hooft zal pletten 
Door erf haec , van geen tyt noch eeuwen te verzetten , 
En fchoon dat felle Dier hem naer de hieJen byt , 
Noch criomfeertdeHelt met eere, nadien ftryt. 
Ick koom ait's Hooghften naem dat onheil u ontvouwen. 
Seel daedyck orden , eerze ons moeice op moeite brouwen. 

Mich. Uriel , Schilcknaep , die lice heiligh Rechc bewaert , 
Enrcuckeloosheienraft, grypaen uw vlammendzwaert : 
\ Iiegh nene naer om laegh , en dryfze beide uie Eden , 
Die d eerfte wet zoo blint zoo reuckloos overtreden. 
Bewaeck den mgang van 't ontheilight paradys , 
Enkeerdeballingen met krachtaf vandefpys 

STi±' C le T reckt -, B"^ nie " datze pluicken 
Ghy 1 o fl-i" V L" C ht " mel,ch 00,c n^bruicken. 

En k«?„ ™ L 8r - raB g'Uoncken dianwnt . 



6» lx-e„e , v.,,^^! ? • , «pta van tant , 

gen Le eu , en fciu K£k *%' j* helfehedieren , 

«« woeden , vae R h de ucllt ' !£"" °" S banie »° 

£n bocize »„ „„ J ." , !" cht v -"> d «* vervloeckte ianlu , 



l0 ^eaenncck,Mi klacn 7 T vervloec 

1 Mleu ' dketenzemeck 



rachc. 



ned 



TREURSPEL. 

Dees fleutel van den put des afgronts en zyn holen 
Wort , Azarias , u en uwe zorgh bevolen. 
Ga heene, fluit in "e hoi al wat ons maght beferyc. 
Maceda, neem dees toorts , die vlam is u gewyt . 
Ontfleeck denzwavelpoel, in 'tmiddelpunt deraerde, 
En pynigh Lucifer , die zoo veel gruwlen baerde , 
Jn'cceuwighbrandend vier, gemengt met kiilen yorft; 
Daer Droef heit , Gruwzaemheit, Verfteencheic, Honger , Dorft 
De\Vanhoop,zondertrooft, de prickel van 'tgeweeten, 
En Onverzoenbaerheit, cen ftrafvan'cboos vermeeten, 
Verfteeken van den glans der Godrhek, in dien roock, 
Getuigen 's hemels ban , gevek op 't heiloos Spoock -, 
Terwyl 'tbeloofde Zaet, verzoenende Godts toreu, 
Herftelle uit liefdeal wat in Adam were verloren. 
Rcy. VerlofTer, die de Slang hethoofc verplectcnzuk, 
'cVervallen Menfchdomeens van Adams erreffchult 
VcrlofTen t'zyner tyt, en weer, voorEvaes fpruicen , 
Een fchooner paradys hier boven openfluiten $ 
Wy tellen d'eeu wen , en het jaer , en dagh , en uuf , 
Dat uw gena verfchyn' ^ de quynende Natuur 
Herftcir, verheerelycke , in lichaemen , en zielen $ 
StolTeercndeden croon , daer d'Engelen uitvielen. 

UIT. 



<7 



1 2 



MOY 



6% 
















v 




M O Y S E S 

G E Z A N G. 

Hemel , hoor naer myne reden. 

Heraercryckgeefmynftemgehoor. 

Myn leering druipe in ieders oor , 
Geiyck de wolcken naer beneden. 
Ick wenfche dar de woorden vloejen , 

Uic mynen monc , als dau , en vocht 5 

Geiyck de regen , uic de lochc ; 
Hec kruic , en druppels 't gras befproejen : 
Dewyl myn congden naem des Heeien 

VerhefTen wil , geiyck r behoorc. 

GeefGodealreendenprys: komtvoorr, 
Enhelptzynmajefteicvermeeren. 
Godcs wondenvercken zyn volkomen , 

En al zyn paden loopen rechc. 

Godtisgttrou: geenvalfcheicheclic 
Opd.enrechtvaerdigcn,envromen. 
D.ezichgeennnsahkindersdroe^en, 

^ich zelrs vergrcpcn , raven hem 
Enloo pmeUlw „ edachce ^> 



D<* ! 




G E Z A N 

Door alle huizen , op een ry : 
Ga hene , ga u\v' vader vragen : 
Hy zal u al c voorleden mellen , 

En war 'er is gebeurt voorheen. 

Ga vraegh uwe ouders naer 'c voorleAn : 
Zy zullcn 'c u in 'c lang verrellen. 
Toen d'Opperfte elck zyn lane ging coonen , 

Toen Adams afkomft wierc verfpreic , 

Hyelck zyn deel heefr toegelei'c, 
Naer 'cjuift gecal van Jakobs zoonen. 
Godcs volck is 'c eigendom des Heeren , 

En Jakob blyfc zyn errefpanc. 

Hy vonc hem in verwilderc lane , 
Daer Schrick en Eenzaemheic verkeeren. 
Hy voerde hem omher , bewogen 
Van liefde , en gaf dien zone een wee $ 
Bewaerde hem voor ramp en fmec , 
Geiyck den appelvan zynoogen. 
Geiyck een arenc vlugge vogels 

Toe vliegen pore , roncom hen zweefc , 
Spreic Godc zyn pennen uic , en heeft 
Hem opgenomen op devlogels\ 
Deware Godcalleengeleide 

Hem op dien coghc : gecn heidenfeh godt , 
Of uicheemfch ongodebroghe zyn loe 
En erfdeel door woeftyn en heide. 
Hy zecce hec mec zyne veder 
Op hooge landen , in een luche, 
En velc , vol fpyze en ackervrucht ■ 
En weelige gewallen 5 neder. 
Daerzogen de verkorelippen 
Aen honighdau hec hare gezonej 
Aen oli , die luin in den monc 
Quam vloejen , van de harde klippen j 

1 3 



C9 



Aen 






;o 










M Y S E S 

Aen boter van de gladde koejen , 
De fchapemelck , 'c gemefle lam , 
En Bazans boeck , en vetcen ram. 

De tarwe bloem , zoo ichoon in 'c bloejen. 

Godtfchonck hemruftigh van den klaren 
En rooden wyn : aldus gemeft 
En zat , begon de zoon in 't left 

Weerfpannigli achter uit re varen. 

De zoon werdc glade , en vet , en grover , 
Verliec de Godtheit , die hem fchiep , 
Oncvielde Godtheit, diehemriep, 

En zette aen vruclubre beemden over. 

Zy rergliden Godc , door vreemde goden. 
Ontftaecken 's kernels Majefleic 
Toe gramfehap , door de gruwzaemheir. 

Der afgoon , hun zoo ftreng verboden. 

Zy offerden den Goon der beemden , 
EnnietdenGodt, diehenverbont. 
Zy dienden , los en zonder gront , 

Denonbekenden,en denvreemden- 

De nieuwe en onbekende altaren , ' 
By uwe vaders noic ge-cert. 
Ghylochenc Godc, die ubootfeerc, 

Enhecmv'HeerenScheppcrvaren. 

Men durf doo t o? ' X ™^°oz eR . 



Ic* 



G E Z A N G. 

Ick wil een ander volck aen my 
Verbindcn , buiten Iakobs ftammen. 
Ick wil verwecken dwaze volcken , 
Ten trots van hunnen wrevlen moedr. 
Myn gramfehap zal , gelyck een gloer , 
Ontfleken 's afgronts diepfle kolcken ■ 
Al 'c lant met zyne vruchten blaecken , 
Der bergen gront in afch vertre6n , 
De rampen ftapclen op een , 
En hen metal myn pylen raecken, 
De honger zal hun vleefch verzwelgen. 
't Gevogek om hen pickc en zwiert. 
De felle Hang en wreer gediert 
Zal hen , in ftofgefleept, verdelgen. 
Her zwaert van binnen , fchrick van buiten 
Zal t'etTensal watmy mishaeghc 
Bederven , jongeling , en maeght , 
Den ouden man , en teere fpruiren. 
Dan wil , dan wil ick fchimpswys vragen : 
Waer zynze nu in roock en wint ? 
Ick wilze , waer men menfehen vint , 
UkelcksgedachtenilTevagen. 
Doch om geen' vyanc ftof re gcven 
Tot Iaftren , fchortte ick deze ftraf , 
Eer zy hun haetren voedtfel gar", 
Om trotfer my tc wedcrftreven. 
Zy moghten licht uit hooghmoedt ftofTen : 
Ons hant is flerck , daer 't al op rtuir. 
^ HunGoedtheitvoerdeditnietuic, 
Noch hceftze door haer maght getrofien. 
O raedelooze , en zinneloozen ! 

Och , was dit volck toch wys en vroer, 
En zaegh noch tydigh te gemoet 
D'aenftaende ftraf ,' en placgh der boozen .' 



7i 



• 



Hoc 




. 



7* 












v. 




M Y S E S 

Hoe kan een enkle , duizent jagen , 
En twee , tien duizenc op den toght ? 
Is 'r nietom dat hen Godc verkochc , 

En dreefin 'r net , om hen te plagen > 

Ons Godtheic flaglue noit de goden 
Der vyanden : dac boos geflachc 
Kan zel{~2;etuigen van de maght , 

Waer yoor alie algoon heenevJoden. 

De wynilock , die ons haters poocen , 
Is als der Sodomyten ranck , 
En Gbmorre^k 'n.-n ackerdranck ; 

Eenbittre wyn , vol gal gegoten. 

Hun wyn is gal van fclle draken , 
En dooilyckaddcengifr. £n btoet 
Dicniecalftil, inmyn gemoedt, 

Bezegelc, als een fchat van weaken? 

Ick hou de weerwraeck yoor my n eigen , 
Enwik'c vergelden, opzyntyc, 
Opdacze fneuvlen in den ft rye. 

Hedagennaecken, diehundreigen. 

Decycbefchoren coc hunfehade , 
Isvoordehanc. dehemelzal 
Deboosheicbrenirencoceen' val, 

Zyndienaerscrooften, uicgenade. 

Z-yzullenzienhoediehemhaten 
lnkrachcvermindren,enaecal, 
Enhoczefmilcen, dieopwal 

E-^erckemurenzich V erlaten. 
^nro, ptge :waer uhu , 

^vackeroHerwynzynutten? 

■ysevcnnuzidizclfseensbloot, 



G E Z A N G. 

En redden u , in dezen noot. 
'r Is tijc, dac zy u nu befchutten. 
Nu merckt , aen 'tgeen 'er is bedreyen , 

Dat ick alleen de G odtheit ben , 

En , nefTens my, geen andre ken. 
Ick ben de Heer van doot , en leven. 
Ick quetfe , en zalve, aen afle zijden , 

En geen gewelc , noch geene krachc 
^ Kan iemantruckenuit mijn maght, 
Noch yoor mijn hantzichzelfbevrijden. 
Ick hefmijn rechte hant naer boven , 

En zweere by mijn Majefteit: 

IckJeefalJeen in eeiuvigheir.: 
Dieallemaghcen kan verdooven. 
ladien ick koom' mijn zwaert te wetten , 

Tot dat het als een blixem ftrael' , 

En mijne hant , met fchittrend ftael 
Gewapent, zich in 'trechtga zetten ; 
Zoo wiJ ickme aen mijn haters wreecken , 

Vergelden hunnen wrevlenmoedc. 

Mijn pijlen zullen , root van bloet, 
En dronken , druppeien , en leken. 
Mijn zwaert zal 's vyants vleefch verflinden , 

En 't bJoer der dooden , in den flagh • 

's Gevangens vleefch , die metgeklagh 
BIoocs hoofe zich bocjen liet, en binden. 
Dac alierhandc volck , en tongen 

Godrs volleck loven : want hy boec 

Zijn dienaers fcliade , en wreeckt hun bloet , 

Uitwraecke cot dees flrafgedrongen. 

Hy zal het onrccht van zijn zoonen 
Uicyver wreken , naer zijn maght, 
Maer Jakobserfdeel en geflachc 

Gcnadighvallcn,en yerfchoonen. 



73 






£n 



HET 












:♦ 



H E 



GE LOOFS-T E K E X 



: . :. 



APOST.ELEN 




Csfbffdekoc 









^<T 



: : . o&omea eoct 



He- rs£ icx roft cier een 

L'S,' ovenz: 
Va 






O- exPridb- ' 





- ■ 





ZC : 1 



' 



'- 




Na 




. - 



\far^- 




Li 



lo'ieak 



voorBfeas 






-^ - 




- i 



\l 



aaLei 



- 




----- : 




— t 




cdero 







■ 



V* 





Van 
Als Reenter.. ies bands bocen 




O- :ic 



r • 




■ - 



-ati id my Gc rer :• 
Oock in den Hetigen Geef: . -: ;ie: 



geen* 






- . - - 



- 



- --_ 



- *? 



— 



Ver; 



" iiih 




■Q. 






' - - - 



— ;: 




^ * 












-V.JL-: ;:"-.-:- 



H 



G 



E 



B 



T 

E 



D 



D E 5 




H E E R E N 



I : ::::erje, rude Kneel.:? 



Ea 



I : 




*-^ . 



'" 



_ I 



kt :hooc . vol 



Wat zid 

Eaavim:- - 



■ • 



■ 



'- .- - 



bet 



- 



Ea 



bo ueebooc 



Va*. 










om :ea zoos 




K 



T 





















-6 



HET GEBEDT 

Uwgroote naem , 6 groore Godc, 
VanvaJfchegodtheenargefcheiden , 

En wat vcrroefl en haeil verroc , 
GedientworcbydenblindenHeiden;- 

Uwheiligheit, u\v majefteic , 
Voorzienigheic , en almaght blijven 

Zoo lang en wyder uUgebreic 
Als 't licht de fchaduw zal verdry ven. 

U heerlijckheic en eereftrael' 

Datgeen bepaelcheic haer bepael*. 

U\v Rijck, geen aertfch , noch weerekfch Rijck ,. 
Verknochcaen plaets , en gcens , en tijden , 

Maeruwemajefleitgelijck, 
Inhun, dievooruweereftrijden , 

Op hoop , van eens met uwen Zoon 
nee uwig heit tc triomfeeren , 

Daer duizenden , voot uwen troon , 
Uw heerlijckheic en Godtheit eeren ; 

Dat Rijck moecgroeien . en vol (la 

In heerlijckheic , als in gena. 

Uw wijze wil , en nice mij n wij , 
Gekrenckt door daeghlijx overtreden , 
En Adams heiloos erfgefchil , 

Neemzijnenvoortganghierbeneden, 

Alsboven , in het hemcllch hof , 
Alle Englen , op uw' wenck , uw wetten 
Beltemmen.enuw'rijckenlof 

Eenaemmi^hzingen.encrompetten. 
M>jnwil,nu\venwmefmiU , i 

tnwilleaLwatdehemelwilr. 



Vef 



DES HEEREN. 

Verleen ons , uit irw' vollen fchooc , 
Uw woorc , en 't voedtfel van genadej 

Voor alhetManneenhemelfchbroct, 
Op dac die onze ziel verzade , 

En voede , en ilercke , eer zy verreift. 
Verleen ons door uw' zegen , heden 

En daeghlijx , wat de noocdrufc eifcht , 
Tot onderhoudc van lijf en leden ; 

Hoewel geenfins voor my alleen , 

Maer alle rnenfehen in t gemeen. 

Naerdienwe,doorverzuim vandeuglit, 
Ofboosheit , menighmael bedreven , 
Ons fchuldigh vinden van der jeught , 

Zoo wil de fchulden ons vergeven ^ 
Gelijckwe's naeflenrekning.net , 

In *t fchulcboeck van ons harte , fluiten , 
Met weerwraeck haet noch wrock befmet r . 

Uit liefde , om 's naeflen leet te fluiten j 
Zoo boeten wy door klecn geduk 
Uw' groocen eifch >ons zwareichult. 

Wanneer deHelons klampcaen boort , 
De lufl: der weerelt hart en zinnen 

Met eenen glim p van vretight bekoort , 
Het zy van buiten , ofvan binnen ; 

Zoo troofl en moedigh en verflerck 
Den zwacken gecfl door uw genade , 

Om onbezweken in die perck , 
En onvcrwonncn , zonder fchade, 

T'ontworflelen die zielgevaer. 

Och j datgefchiedc : datzy waer. 

K 3. 



77 



NOO- 
















s 



N O O D I G H 



B E R E C 



H T 



over de nieuwe Nederduitfche 

misfpclJinge. 

SEderteenige jarcnherwaen: had N\\ia'-duirlchLmtk 
pluck dat ranuffige Schrijvcrs en Letterkunftenaen 
( 1< : hunrien yvcr befteedden m onze Spraeck 
fchuimen , tc zuiveren , ce verrijeken , eh cc rcgden , doc: 
Icnnrccn, oflctterkunfki^ondervijsi vae r over vy tean- 
▼oordigfa nice voornemen ons inzichc , ondcr vcrbetcrin 
van lmcmjzcn , r_e meldcn , d.n allecn fee de misfpelh 
gc bdangt s m het vcrdubbden der klmcklcitcren , by Teioi- 
Ml nT "^VV' V ° erCn ' B** [omcenvoorbeek 

2;S^' en *»&¥* -algendc vereUbdin* 

gdyck OOck corn: ^ / "^ V^bbdingC it- 

Weir " 3 T n " ylm - dci1 l-o,h,eleeraen H, 

Cn ^cn ; acvn „ 'KB™ de " vobrgartg van Hebrew 
Hpo^ufefcg, m ;57?i Sp, nja crdcn, Funicl^ 

^ C H^ v ^fe no\h blyfVevcir 



7i> 
de cvyfekchtigbeiuicr langkheic of korcheic des klancks de r 
fyllabe of lettergrepe , in een ongelyck grooter getal van arr 
derc voorden , daerde klanck langvak, op d'eerfte of evee- 
dc of derde lectergreep , gclijck by dezc voorbcelden blijeke , 
namdijek op d'eerfte 3 in afgaen ; op de tweede , in herin i 
op de derde , in koopvaerdy : lice vclck ick noodiqh vondc 
aen re wijzen , om den inbreuck van deze wildc woeilheit tc 
ftuiten , de Nederlanriche pennen voor d'acnilootelijcke 
klinpc dezcr miilclijcke misipcllinge-te vaerfcliuvrcn , en 
zulckccn inckvlack trie onzeboccken re wiflchen. 

H O R A T I U S: 

Lecj long : I'aer nuel. ofjlu r ghy beter gelt ah dit , 
Zoo dee! hct ru/Hgb »u : zoo met , bfjlem man wit. 











4